zaterdag 3 februari 2018

Reisverslag Senegal 2017/2018: dag 8 (+ dag 9)

Woensdag 3 januari 2018 (+ donderdag 4 januari 2018)

Het is vandaag alweer onze laatste dag in Senegal. We kunnen nog wel de hele dag van zon en zee genieten, want ons vliegtuig vertrekt pas om vijf over tien vanavond.

Omdat we pas zo laat vliegen, proberen we nog iets uit te slapen. Door de vermoeiende dag van gisteren lukt dit aardig. We vragen ook bij de receptie of we later uit kunnen checken en dit kan: pas om drie uur hoeven we de kamer te verlaten.

We gaan op ons gemak voor de laatste keer ontbijten. Stiekem verheugen we ons op een bakje yoghurt met muesli thuis, want de broodjes met smeerkaas komen ons inmiddels redelijk de neus uit. Toch bewaren we er nog een paar in onze rugzak voor de lunch.

Voor de laatste keer ontbijten met dit uitzicht (foto gemaakt met telefoon)

Na het ontbijt maken we ons klaar voor onze laatste dag aan het strand. Ook pakken we alvast zo veel mogelijk in, zodat we dat straks niet meer hoeven doen. Dan installeren we ons op twee ligbedjes op het strand. We kijken een tijdje naar het water, waar best hoge golven te zien zijn.

De ochtend gaat snel voorbij: we liggen, nemen nog een duik en doen vooral rustig aan. Wel houden we het nieuws vanuit Nederland in de gaten in verband met de storm die daar verwacht wordt. We zijn echter snel gerustgesteld, want als we – nadat we ons gedoucht en omgekleed hebben en met onze ingepakte koffers naar de receptie zijn gegaan om uit te checken – weer kijken, zien we dat het vliegtuig keurig op tijd vertrokken is vanaf Schiphol.

Voor ons breekt nu de tijd van het lange wachten aan. We zitten bij het kinderzwembadje met onze voeten in het water en doen maar een kaartspelletje om de tijd door te komen. 

Wachten bij het kinderzwembadje met een kaartspelletje en foto's maken van de reisknuffels...

Om vijf uur lopen we voor de laatste keer over de stoffige zandstoep naar het centrum om iets te eten. Het enige restaurant dat open is, is de pizzeria, dus eten we daar nog één keer. Het personeel herkent ons en bedient ons erg vriendelijk. Als we afrekenen, geven we daarom iets meer fooi, iets wat de serveerster bijna niet kan geloven.

Voor de laatste keer in het centrum van het dorp (foto gemaakt met telefoon)

We lopen terug naar het hotel en doen nog een laatste spelletje tafeltennis voor we bij de receptie wachten op de bus die ons naar het vliegveld brengt. De bus is keurig op tijd: precies om kwart over zeven stopt hij bij de receptie. De koffers worden op het dak gehesen, we stappen in en gaan op weg naar het vliegveld.

De weg die we rijden, komt ons bekend voor: zo zijn we gisteren ook gereden. Van het landschap genieten is er niet bij: de chauffeur heeft het gaspedaal goed ingedrukt…

Ruim op tijd zijn we op het vliegveld. Zodra we uitgestapt zijn, begint de chaos. Sommige mensen willen al naar binnen, andere mensen lopen een andere kant op en een vervangende reisleider probeert ons bij elkaar te houden. Wij volgen hem rustig naar binnen, waar de chaos redelijk onder controle lijkt. We sluiten aan in de rij voor de eerste koffercontrole, die vrij vlot gaat.

Als we door de controle zijn, kijken we rond: waar moeten we heen? Een vliegveldmedewerker ziet ons kijken en wil weten of we van TUI zijn. Dit bevestigen we, waarop er haastig een balie geopend wordt, zodat we in kunnen checken.

Terwijl we wachten, krijgen we gezelschap van onze reisleidster. Ze vraagt ons nog naar de excursie, waarop we eerlijk antwoorden dat de gids niet veel in het Engels verteld heeft, maar meer alleen in het Frans. Hier is ze een beetje boos over, want dat was immers niet de afspraak. Ze belooft nog met de gids te spreken.

Inmiddels zijn we aan de beurt om in te checken. Hoewel het een nieuw vliegveld is, lijken de computers niet te werken en moeten onze namen handmatig op een lijst opgezocht worden. Gelukkig staan we erop en krijgen we onze boarding pass. Daarmee moeten we door de volgende controle, die ook weer even tijd in beslag neemt. Dan staan we eindelijk in de vertrekhal: een ruimte met een winkel met belastingvrije artikelen, een tijdschriftenwinkeltje en verder alleen wat stoeltjes. Ter vergelijking: de hal van station Utrecht Centraal is groter.

We wachten bij de gate en zien dat ons vliegtuig al aangekomen is. Het is echter niet duidelijk wanneer wij aan boord mogen. Daarom maken we nog maar even gebruik van het toilet (een ouderwets gat in de grond…) en kopen we nog een flesje drinken voor aan boord. Ineens gaan er mensen in de rij bij de gate staan. Blijkbaar is de bedoeling dat we gaan boarden, hoewel er geen omroepbericht is geweest en er ook mensen nog niet door de controle zijn.

Na een chaotisch boardingproces zijn we bij het vliegtuig. Dat zal straks eerst nog naar Banjul in Gambia vliegen, wat betekent dat er nog heel veel mensen aan boord zitten. We moeten nu gewoon een plekje aan boord zoeken, straks krijgen we onze eigen plaatsen.

We nemen plaats op rij 15, precies bij de vleugel. Daarom krijgen we nog wat extra veiligheidsinstructies voor we vertrekken. Bij het vertrek kijken we elkaar even geschrokken aan: er was namelijk een heel raar geluid te horen. Moeten we met dit toestel echt nog helemaal terug naar Amsterdam?

Gelukkig gebeurt er tijdens de vlucht niets, hoewel het een alles behalve plezierige vlucht is: doordat de vliegtijd maar vijfentwintig minuten is, komt het vliegtuig niet goed op hoogte en hebben we veel last van turbulentie.

Eindelijk landen we op de luchthaven van Banjul, waarbij de piloot nog even goed de remmen test. Dan moeten alle passagiers met eindbestemming Banjul uitstappen. Wij moeten blijven zitten, maar krijgen daarna weer te horen dat we toch van boord gaan. Als we uitstappen, krijgen we een plastic overstapkaartje, wat we mee moeten nemen de bus in. De bus brengt ons naar de vertrekhal.

Het plastic overstapkaartje dat we krijgen (foto gemaakt met telefoon)

De vertrekhal komt ons erg bekend voor: dit kennen we nog van twee jaar geleden, toen we in Gambia waren. De hal is nog niets veranderd: het is nog even vol en benauwd als toen en zelfs de stoeltjes blokkeren nog steeds één van de uitgangen.

Rond half twaalf worden de overstappassagiers opgeroepen om naar voren te komen. Onze overstapkaartjes worden ingenomen en er wordt gevraagd of we ons paspoort hebben. Ze kijken er echter niet in, ze willen alleen maar zien dat we een paspoort hebben.

We gaan de bus weer in en worden terug naar het vliegtuig gebracht. Nu kunnen we wel op onze eigen plaatsen zitten. We installeren ons en wachten af. Precies om middernacht vertrekt het vliegtuig bij de gate. We volgen het autootje met zwaailichten naar de start- en landingsbaan. Het vliegtuig moet eerst de hele baan af en draait dan, omdat er maar één start- en landingsbaan is. Dit wisten we nog van de vorige keer.

Dag, Afrika! (foto gemaakt met telefoon)

Na ongeveer tien minuten taxiën, rijdt het autootje met zwaailichten als een gek weg, terwijl het vliegtuig wacht tot de startbaan vrij is. Dan geeft de piloot gas en vertrekken we zonder vreemde geluiden richting Amsterdam.

Vrij snel na het vertrek krijgen we een maaltijd geserveerd. Vervolgens proberen we te slapen, wat bij mij beter lukt dan bij mijn vriend. Ik word wakker als we boven Spanje vliegen en nog tweeënhalf uur te gaan hebben. Buiten zien we lichtjes van steden, waarschijnlijk Madrid. We vliegen door richting Frankrijk, waar we nog een appelkoek als ontbijt krijgen.

Uiteindelijk komen we bij Parijs in de buurt. Hier wordt de daling al een beetje ingezet en dat merken we: de turbulentie wordt een stuk erger. We mogen niet meer lopen, wat een oudere dame die met een stok het vliegtuig in kwam negeert: zij kan toch nog wel even naar het toilet?

Het laatste stuk van de vlucht is één en al turbulentie. Ook maakt het vliegtuig grote bochten boven Amsterdam, omdat de landingsbaan waarschijnlijk nog niet vrij is. Na nog een extra rondje landt de piloot het vliegtuig vrij stevig op de Polderbaan. We taxiën naar gate G02, waarna we eindelijk weer rustig grond onder onze voeten hebben.


Redelijk snel kunnen we het vliegtuig uit. We gaan naar de paspoortcontrole, waar we zo doorheen zijn, en wachten bij de bagageband op onze koffers. Het duurt even, want de koffers uit Banjul zijn eerst uitgeladen, maar dan kunnen wij ook onze bagage van de band halen. We gaan de aankomsthal in en lopen meteen door naar een restaurantje. We hebben namelijk heel erg genoten van het weer en de bijzondere ervaringen in Senegal, maar één ding hebben we toch wel erg gemist en dat is een ouderwets broodje met Hollandse kaas!


dinsdag 30 januari 2018

Reisverslag Senegal 2017/2018: dag 7 - deel 2

Dinsdag 2 januari 2018 – deel 2

Tot nu toe hebben we tijdens ons bezoek aan safaripark Bandia al aapjes, elanden, antilopen, giraffen, struisvogels en zebra’s gezien. We zouden echter ook nog graag de neushoorn tegenkomen.

Eerst staan we nog even stil bij het uitzicht op het baobabbos. Door het stof ziet het er heel mysterieus uit.

Het mysterieuze baobabbos

Als we weer gaan rijden over de hobbelige weg vol kuilen komen we een grote mannentjesgiraffe tegen – de baas van de kudde.

'Chef' Giraffe - de baas van de kudde

Het mannetje is erg groot en donker van kleur en ook duidelijk ouder dan de andere giraffen van de kudde. Al die glurende toeristen vindt hij niet erg, hij lijkt het zelfs leuk te vinden!

Die toeristen lijkt hij erg leuk te vinden!

We hobbelen bij de giraffe vandaan en zien een prachtig blauw ijsvogeltje. Het blijft even zitten, zodat we een foto kunnen maken.

Het ijsvogeltje

Na het ijsvogeltje krijgen we nog iets bijzonders te zien, namelijk een struisvogel die op een nest met eieren ligt. Volgens onze gids wisselt ze soms van plaats, zodat alle eieren warmte krijgen.

De struisvogel op haar nest

Vervolgens komen we nog een groep buffels tegen, die geen zin hebben om te poseren voor de camera: ze houden hun achterste naar ons toe gedraaid.

'Charmante' buffelfoto

De jeep rijdt verder en stopt dan bij een volgens de gids bijzondere baobabboom. Er staat echter ook een struisvogel, die zich niks aantrekt van alle toeristen en rustig blijft staan, zelfs als we dichterbij komen.

Selfie met de struisvogel in het midden (foto gemaakt met telefoon)

Een andere gids, die de struisvogel probeert te aaien, wordt echter gebeten. Het dier kan bijna niet duidelijker zijn: als je mij niks doet, doe ik jou ook niks, maar o wee als je aan me komt!

"Ik laat niet met me sollen!"

We gaan de jeep weer terug in en rijden naar de in-/uitgang van het park. Daar zien we nog een eenzame hyena in een soort dierentuinverblijf, wat we eigenlijk heel zielig vinden. De groep grote schildpadden heeft ten minste nog gezelschap, hij is echt helemaal alleen.

Een van de reuzeschildpadden

De jeep stopt bij een restaurant met wat winkeltjes en kraampjes. De gids wenkt ons dat we hem moeten volgen: hij laat ons nog de krokodillen zien.

Pootje in pootje bij de krokodillenvijver

Na ons bezoek aan de krokodillenvijver van Gambia vinden we het niet heel spectaculair, vooral niet omdat de krokodillen net zo goed standbeelden hadden kunnen zijn: er zit echt totaal geen beweging in. Een reiger aarzelt daarom ook niet om dichterbij te komen en zelfs dit brengt de krokodillen niet in beweging.

De reiger is niet bang voor de krokodillen

We krijgen nog even de gelegenheid om rond te kijken en van het toilet gebruik te maken voor we het busje weer in moeten voor een rit van een uur naar het Lac Rose, het roze meer. We vinden het jammer dat we tijdens onze safaririt de neushoorn niet gezien hebben, maar we hebben wel heel veel andere mooie dieren gezien.

De rit naar het Lac Rose begint met het beeld dat we al kenden van Senegal: de geasfalteerde weg met daarnaast zand en stof, niet afgebouwde huizen, lang, dor gras en bomen. Af en toe zien we kraampjes en dieren als geiten en ezels. Ook ligt er vaak veel afval langs de kant van de weg.

Een aantal keer rijden we door een wat drukker dorpje. Daar staat een hele rits verkopers langs de weg, die allemaal hetzelfde verkopen. Ze houden hun handelswaar omhoog naast de bus, maar niemand kijkt er eigenlijk naar.

We komen langs het nieuwe vliegveld en zien wat modernere gebouwen. Er zit hier wat meer industrie en ook zien we wat groene akkertjes, waar groente verbouwd wordt.

Uiteindelijk komen we bij de afslag voor het Lac Rose. We rijden door een aantal zeer vervallen dorpjes voor we bij een hotel komen, waar we zullen lunchen. In de verte zien we het roze meer al, hoewel het er niet echt roze uit ziet.

Via een redelijk steile trap komen we bij het restaurant van het hotel, waar een klein bandje Afrikaanse muziek speelt. We moeten aan tafel plaatsnemen en krijgen water. Ook worden er bordjes neergezet met stukjes stokbrood erop, waar we allebei nog net één stukje van kunnen pakken voor onze buren alles opeten.

De maaltijd die we krijgen, is prima. Het begint met een kleine salade vooraf, waarna we een hoofdgerecht krijgen bestaande uit een enorme bol rijst met kip of vis. Vooral de uienjus die erbij geserveerd wordt, is erg lekker. De maaltijd wordt afgesloten met een bordje met drie stukjes watermeloen erop en een stukje sinaasappel.

Na de maaltijd hebben we even pauze. We lopen een stukje door het zandwoestijngebied achter het hotel en zitten een tijdje bij het zwembad van het hotel. Ook maken we gebruik van het toilet, dat eigenlijk gewoon heel erg smerig is en gigantisch stinkt.

Als de hele groep weer bij elkaar is, rijden we naar het roze meer. Nu we dichterbij komen, zien we inderdaad een beetje de roze kleur, die ontstaat door algen in het water en de aanwezigheid van heel veel zout: per liter water zit er 380 gram zout in.

Het roze meer

Alles draait hier daarom ook om de zoutwinning. Naast het meer zijn enorme bergen van zout opgestapeld. We mogen uitstappen om ze te bekijken, maar worden ook meteen lastig gevallen door verkopers. Zelfs de truc negeren helpt niet, ze blijven volhouden. We maken snel een paar foto’s en luisteren naar de gids, die vertelt dat veel van het zout geëxporteerd wordt naar andere Afrikaanse landen. Het wordt eigenlijk niet buiten Afrika geëxporteerd. Hij legt niet uit waarom, maar waarschijnlijk heeft het met de kwaliteit van het zout te maken.

Zoutbergen naast het meer

We rijden terug naar het begin van het meer, waar we opnieuw uit mogen stappen. Zo kunnen we ook de gammele bootjes zien die gebruikt worden voor de zoutwinning.

De bootjes die gebruikt worden voor de zoutwinning

Er is nog een derde stop bij het meer, namelijk de stop bij het deel waar we zelf het water in kunnen. Het water is zo zout dat je kunt blijven drijven, maar omdat we na de ‘duik’ gelijk terug gaan in het busje, besluiten we niet helemaal het water in te gaan. Bovendien is het water zo ontzettend zout dat je het meteen aan je huid voelt.

Pootje baden in het roze meer (foto gemaakt met telefoon)

We lopen even met onze voeten door het water en drogen dan af. Als iedereen klaar is, gaan we terug naar het busje en na even op onze chauffeur gewacht te hebben, die was gaan bidden in de moskee, beginnen we aan de terugreis. Deze keer kiest de chauffeur voor de enige tolweg van het land. Hij is aangelegd door de Fransen, wat duidelijk te zien is: de borden langs de weg zijn exact hetzelfde als in Frankrijk. Alleen de tolprijzen zijn anders: 500 franc (€0,75) is iets lager dan in Frankrijk…

Via de tolweg rijden we terug naar Somone. Als de weg ineens eindigt, nemen we de afslag en rijden we het laatste stuk over de bekende asfaltweg met zanderige stoep ernaast. Een tijdje zitten we achter een vrachtwagen, waarvan de deuren niet goed dicht zitten: hij verliest elke keer wat van zijn lading. Onze gids probeert hem duidelijk te maken dat hij zand verliest, maar de chauffeur lijkt niets door te hebben.

Tegen half zeven zijn we terug bij ons hotel. Om bij te komen van al het stof onderweg, gaan we naar het zwembad voor een drankje en pootje baden. Ook kijken we naar het menu voor het avondeten van het hotel. Er staat echter niets lekker op het menu, dus gaan we nog een laatste keer naar Le Tamarin – het restaurant vlakbij ons hotel.

Na het eten zitten we nog even op het strand, maar niet lang: het is een lange, bijzondere dag geweest, die best energie heeft gekost. Bovendien zal morgen ook een lange dag worden: we vliegen pas om vijf over tien ’s avonds terug naar Nederland.


Tot morgen!

Lees verder: Dag 8 (+ dag 9)



zaterdag 27 januari 2018

Reisverslag Senegal 2017/2018: dag 7 - deel 1

Dinsdag 2 januari 2018

Na dagen vooral ontspannen op het strand gelegen te hebben, zal vandaag een actieve dag worden: we brengen eerst een bezoek aan het safaripark Bandia en daarna gaan we door naar het Lac Rose, het roze meer van Senegal.

Net zoals de afgelopen dagen staan we vroeg op na een onrustige nacht. We ontbijten, pakken onze spullen in en wachten bij de receptie op de Engelssprekende gids die ons op komt halen. De afspraak is dat we om half negen opgehaald zullen worden, dat wordt uiteindelijk tien over half negen.

Het busje waar we in moeten stappen, zit al goed vol – wij zijn de laatsten die opgehaald worden. Onder leiding van een Franssprekende gids, die af en toe nog even iets in het Engels zegt als hij eraan denkt, rijden we eerst richting het safaripark Bandia. We verlaten het dorp over de hoofdweg, komen langs het drukke kruispunt met een ander dorp (vrachtwagens en paard en wagencombinaties rijden door zonder te kijken) en slaan dan de weg in naar het park. Het is dezelfde weg als de weg waarop we reden toen we van het vliegveld naar het hotel gingen.

De rit naar Bandia duurt ongeveer twintig minuten. Onderweg zien we vooral zand en stof, niet afgebouwde huizen en af en toe wat kraampjes en groepjes geiten, ezels of buffelkoeien. Veel verkeer is er niet.

Als we bij de ingang van Bandia komen, is er even controle, maar dit stelt niet veel voor. We moeten wachten bij de ingang, terwijl de chauffeur het busje parkeert en onze gids een jeep gaat regelen. We kijken een beetje rond bij de ingang en zien al de eerste apen.

De eerste apen bij de ingang

Ook staat er een grote baobabboom bij de ingang. Dit soort bomen zullen we in het park waarschijnlijk nog meer gaan zien, want de baobabboom is een kenmerk van Senegal.

De kenmerkende baobabboom

Uiteindelijk is er een grote jeep voor onze groep geregeld. Het is simpel, volgens de gids: wie erin kan klimmen, klimt erin – wie dat niet kan, wordt geholpen. We zoeken een plekje achterin en wachten rustig tot iedereen zit. Ook krijgen we een gids van het park aan boord. Hij begint in het Frans, maar vraagt dan of hij ook in andere talen moet spreken. Als mijn vriend en nog een Nederlands stel positief reageren op ‘Engels’, merkt mijn (Franssprekende) buurman op dat we dan maar in een andere jeep moeten gaan zitten…

We besluiten de buurman te negeren en gewoon te genieten van het park. De jeep vertrekt en al vrij snel is duidelijk dat het geen rustig ritje wordt: de jeep hobbelt en botst over allerlei heuveltjes en kuilen in de weg, waardoor we het gevoel hebben dat we op ruwe zee varen. Onderweg naar de echte ingang van het park zien we al een paar aapjes, maar door het gehobbel lukt het niet een foto te maken.

Het park begint iets verderop met een zelfde hobbelige weg en een zelfde landschap: dor gras en bomen. Tussen het gras zien we opnieuw wat apen.

Een aapje vlakbij de ingang van het park

Niet lang daarna komen we elanden tegen. Eentje steekt er rustig de weg over, de anderen blijven een beetje aan de zijkant.

Een van de elanden

We hobbelen verder over de weg en komen een groep struisvogels tegen. Deze hebben wij nog nooit eerder in het wild gezien en we maken dus een flinke serie foto’s.

Onze eerste struisvogel in het wild

Iets verderop zien we nog meer struisvogels. Het valt ons op dat sommigen wat grijzere veren hebben, terwijl anderen echt helemaal zwart zijn.

Een struisvogel met zwarte veren

Tussen alle struisvogels zien we ook nog een ander bekend dier: Pumbaa, een klein zwijntje.

Pumbaa, het wrattenzwijntje

Na Pumbaa komen we bij een modderige drinkplaats met een grote baobabboom ernaast. Er staan nog meer bomen, die bezet worden door een heleboel kleine vogeltjes. Af en toe vliegen ze even een rondje, dan verzamelen ze zich weer in de bomen.

Wie goed kijkt, ziet de vogeltjes

Het volgende dier dat we tegenkomen, is de paardantilope. Hij blijft prachtig stilstaan, zodat we hem goed kunnen fotograferen.

Een paardantilope

Tussen de bomen zien we nog meer antilopen. Ook is er een groepje rode aapjes.

De rode aapjes

We blijven een tijdje stilstaan bij de aapjes, waarvan er eentje heel dichtbij komt.

Een van de rode aapjes

Uiteindelijk hobbelen we weer verder en komen we een giraffe tegen. Het blijkt te gaan om een zwanger vrouwtje.

Het zwangere giraffevrouwtje

Als we weer verder gaan, komen we opnieuw een groepje antilopen tegen. Ze liggen rustig in de schaduw van de bomen. Niet ver bij hen vandaan staat een groepje gazellen. Deze zijn schuw: zodra ze iets horen, sprinten ze ervandoor.

Het groepje gazellen

Weer verderop staat een ander groepje giraffen. Deze zijn met meer. Ook zijn er een paar kleintjes bij de groep. Zij zijn schrikachtig en sprinten er, samen met de zebra’s, snel vandoor.

Een babygiraffe met een zebra

We komen nu bij een open stukje weg van het park, waar we goed uitzicht hebben op de baobabbomen. Het is prachtig, maar stiekem kijken we ook wat verder rond: zou de neushoorn misschien ergens te zien zijn? We hebben het geluk gehad dat we hem tijdens onze vakantie in Gambia gezien hebben in Fathala (eigenlijk Senegal), maar we zouden hem heel graag nog een keer zien!

Het baobabbomenbos


Wordt vervolgd…

Lees verder: Dag 7 - deel 2



maandag 22 januari 2018

Reisverslag Senegal 2017/2018: dag 6

Maandag 1 januari 2018

Het nieuwe jaar is officieel begonnen en samen met nog ongeveer vijftien andere Nederlanders kunnen wij zeggen dat wij de eerste dag van het nieuwe jaar op het strand van Somone in Senegal beginnen.

Omdat we pas heel laat naar bed gingen, proberen we iets uit te slapen. Vervolgens gaan we naar het ontbijt, waarbij ik van de kok twee zoenen op mijn wang krijg. De rest van het personeel houdt het gelukkig bij een simpele nieuwjaarswens…

Na het ontbijt trekken we onze zwemspullen aan voor de officiële nieuwjaarsduik. Het water zal allicht warmer zijn dan dat van Scheveningen, maar van ons mag het hier toch ook nog wel een paar graadjes warmer…

Het bewijs van onze nieuwjaarsduik

We liggen na de duik even op het strand, alleen merken we al snel dat het heel benauwd is. Daarom gaan we terug naar de kamer, waar het wat koeler is. We zijn allebei nog erg moe van de lange avond en slapen dan ook nog even voor we om kwart over één naar het restaurant gaan voor de lunch. Deze blijkt nog niet klaar: het hotelpersoneel is blijkbaar ook nog niet helemaal uitgeslapen…

Onze kamer - het emmertje is om het vocht van de airconditioning op te vangen

Terwijl we wachten, kijken we uit op twee vrouwelijke verkopers, die hun verkoopwaar op twee kleedjes uitgestald hebben bij het restaurant. Waarschijnlijk mag het vandaag, omdat het een feestdag is. Veel bijzondere spullen hebben ze niet en ze trekken dan ook weinig kopers.

Als de lunch eindelijk geserveerd is, lijkt het wel alsof de kok gisteravond alles gegeven heeft en nu geen inspiratie meer heeft. Er is weinig keus en wat er nog redelijk eetbaar uit ziet, blijkt totaal geen smaak te hebben. Of ligt het misschien aan ons, omdat we al een paar dagen hetzelfde eten? In ieder geval beleven we weinig plezier aan de lunch vandaag.

In verband met de benauwde warmte die er nog steeds is, gaan we na de lunch nog een keer terug naar de kamer. Daar doen we even rustig aan en slapen we zelfs nog een tijdje. Pas om kwart over vier besluiten we weer iets te gaan doen. We verzamelen ons geld, pakken onze rugtassen en gaan op weg naar het dorp.

Op weg naar de supermarkt

We beginnen bij een supermarkt om nog wat flessen water te kopen. Omdat we de flessen ook moeten gebruiken voor het tanden poetsen (het water uit de kraan in Senegal is namelijk niet te drinken), gaat het erg hard. We hebben nog een paar dagen te gaan hier – met morgen bovendien een excursie die de hele dag duurt – dus kopen we voor de zekerheid nog een paar anderhalve liter flessen.

Met de flessen water gaan we op zoek naar een restaurant voor het avondeten. We hebben geen van beiden veel gegeten bij de lunch, waardoor we geen zin hebben om tot acht uur vanavond te wachten. Het wordt dus de pizzeria waar we gaan eten, want die is als enige al vanaf vier uur ’s middags open. Helaas is het eten deze keer voor mij niet zo lekker als de vorige maaltijd die we hier gegeten hebben: de pizza heeft veel te lang in de oven gelegen, waardoor hij heel droog geworden is.

Na het eten gaan we terug naar het hotel. De temperatuur is inmiddels een stuk aangenamer, dus besluiten we nog even naar het zwembad te gaan om met onze voeten in het water te zitten. De wifi lijkt nu ook verbeterd: er is zelfs een mogelijkheid om te Facetimen via de iPad met Nederland. Weliswaar verschijnt er om de minuut ‘slechte verbinding’ in beeld, maar we kunnen wel even bij praten over de jaarwisseling.

Omdat het nu zo lekker buiten is, blijven we bij het zwembad zitten en halen we een drankje. Een Nederlands stel, dat zaterdagavond aangekomen is, ziet ons zitten en komt naar ons toe voor een praatje. We wisselen wat reisverhalen uit en hebben het over de excursies die we nog op de planning hebben staan. Ook vertellen wij over de mangrove.

Tijdens ons gesprek gaat de zon onder

Uiteindelijk gaat het andere stel zich verkleden voor het eten en blijven wij achter bij het zwembad. Het water voelt nu erg koud weer aan, dus lopen we naar de bar om daar nog even te zitten met een drankje. Bij de bar hangt een dartbord en aangezien mijn vriend een grote dartfan is, vragen we om de pijlen. Als antwoord krijgen we dat iemand van het animatieteam de pijlen heeft. Ze is even weg, maar ze kan ieder moment terug komen… We wachten maar niet vol spanning af.

We lopen door naar het strand, waar we op de ligbedjes plaatsnemen. Inmiddels is het bijna donker. Het water is nog wel goed te zien: het is vloed en flink ook. Voor de zekerheid trekken we onze voeten maar in op de ligbedjes, aangezien het water heel ver het strand op komt.

Tegen negen uur besluiten we toch naar de kamer te gaan. Net als we daar zijn, wordt het helemaal donker: de stroom is uitgevallen. Gelukkig staan onze telefoons nog aan, zodat we de zaklampfunctie kunnen gebruiken. Zo kunnen we veilig bij de deur komen en zien we dat het hele dorp in het donker gehuld is. Het duurt echter niet lang: al na een paar minuten springen de lampen weer aan. Wij doen ze vrij snel uit, want morgen moeten we vroeg op: we worden om half negen opgehaald voor onze dagexcursie naar het safaripark Bandia en een bezoek aan het roze meer.


Tot morgen!

Lees verder: Dag 7 - deel 1



vrijdag 19 januari 2018

Reisverslag Senegal 2017/2018: dag 5

Zondag 31 december 2017 (+ maandag 1 januari 2018)

In Nederland worden vandaag oliebollen gebakken met de Top 2000 aan, maar wij maken er niets van mee: wij verheugen ons op nog een bezoek aan de mangrove en daarna weer heerlijk genieten op het strand.

Ondanks het ontbreken van de klamboe hebben we niet veel beter geslapen dan de nachten ervoor. We staan daarom weer vroeg op en gaan naar het ontbijt voor de bekende broodjes en smeerkaas. Omdat het Oudjaarsdag is, is het buffet versierd met bloemen ter decoratie.

Na het ontbijt halen we onze spullen op de kamer en beginnen we aan de wandeling naar de mangrove. We slaan af naar de eerste zandweg aan de linkerkant, volgen daarna het pad naar rechts naar de verlaten vlakte en daar gaan we naar links richting het pad dat door de mangrove loopt. Gisteren liep hier nog een man die zei dat we moesten betalen, maar vandaag is er niemand te zien.

Gratis de mangrove in

Meteen bij het begin van het pad zien we een aantal reigers. Ze blijven even zitten, maar als we te dichtbij komen, vliegen ze toch haastig weg. We volgen het smalle pad tussen de bomen door en komen uit bij een iets breder pad met een informatiebord. Hierop staan de vogels en andere dieren die we onderweg tegen kunnen komen.

Een reiger en andere vogels bij het begin van de mangrove

We beginnen te lopen over het pad dat eerst nog van zand is, maar later schelpen als ondergrond krijgt. Links en soms ook rechts van ons zien we water met bomen, die met hun stam net boven het water beginnen, zodat alleen hun wortels in het water staan.

Het mangrovelandschap

Het pad leidt ons naar een iets open gedeelte met een klein meertje, waarin een soort akkers gemaakt lijken te zijn. Rechts van ons is de natuur veranderd: het is nu meer een savannelandschap met bomen en dor, hoog gras.

Het meertje met een soort akkers

Iets verderop komen we bomen tegen met schelpen erin. Het is ons niet duidelijk hoe de schelpen in de bomen komen. Doen vogels of andere dieren dit of is dit door mensen gedaan?

Schelpen in de bomen

Als we het pad ongeveer tien minuten gevolgd hebben, komen we uit bij een observatiepunt. We kijken uit over een groot meer met in het midden een eilandje, waarop onder andere pelikanen te zien zijn. Het meer wordt omringd door bomen, zodat het vanaf het pad niet te zien is.

Het verborgen eilandje

We blijven een tijdje in het observatiehuisje om de vogels te bekijken. Wat ons opvalt, is de stilte: je hoort helemaal geen geluiden van buitenaf, alleen af en toe een vogel die iets roept.

Pelikanen op het eilandje

Uiteindelijk gaan we terug naar beneden en beginnen we het pad weer te volgen. Onderweg komen we helemaal niemand tegen. Ook bij het eind-/beginpunt is niemand te zien. We kijken nog even naar de vogels die er zijn, maar gaan dan terug naar de hoofdstraat. Op de vlakte zien we nog wel een heel grote krab. Hij lijkt niet meer te leven, wat wel logisch is: hij is ver bij water uit de buurt. Waarschijnlijk is hij door een dier meegenomen.

De grote krab die we tegen kwamen

Omdat we nog geen zin hebben om terug naar het hotel te gaan, volgen we de hoofdstraat naar links. Het is geen bijzondere weg: we komen langs een ander hotel en zien verder alleen vervallen gebouwen. Tegen het einde van de straat worden we wat meer aangesproken door lokale mensen, die vrij opdringerig zijn. We negeren ze, maar eentje blijft ons volgen tot we bij het einde van de straat komen, waar een hotel is. Daar druipt hij af.

De straat blijkt te eindigen bij het begin van de mangrove. Er is een meer met boten en aan de andere kant zijn twee restaurantjes. Op het strand is een volleybalwedstrijd bezig tussen lokale mensen en toeristen die verblijven in het hotel. Het gaat er fanatiek aan toe en ook het publiek is heel betrokken.

Om de opdringerige lokale mensen te ontlopen, gaan we via het strand terug naar ons hotel. Een groot deel kunnen we door het water lopen, maar als we dichter bij ons hotel komen, liggen er meer rotsen. We zien nog wel een ouderwetse watertoren die ons aan de watertoren van Alcatraz doet denken.

De watertoren die ons aan Alcatraz doet denken

Als we terug zijn bij het hotel proberen we via de wifi even verbinding te krijgen met Nederland om daar iedereen alvast een gelukkig nieuwjaar te wensen. Het is lastig, want de verbinding is erg slecht. Met moeite kunnen we onze boodschap doorgeven.

De rest van de dag brengen we op het strand door. Af en toe gaan we even het water in en ik doe nog een poging om te snorkelen. Er is echter niets te zien, doordat het water erg troebel is. Ook maken we een praatje met de nieuw aangekomen mensen. Terwijl we in gesprek zijn, worden we door iemand van het hotel uitgenodigd om een theeceremonie bij te wonen. Het stelt niet heel veel voor: een gasbrandertje met daarop een fluitketel waarin water warm gemaakt wordt. De thee die uiteindelijk gemaakt wordt, mogen we proeven. We houden het bij een klein slokje, want de thee is mier- en mierzoet.

Proberen te blijven lachen met de mierzoete thee

Aan het einde van de middag gaan we terug naar de kamer om te douchen en ons om te kleden voor Oudjaarsavond. Terwijl ik mijn haar doe, doet mijn vriend een poging de fles rosé open te maken die hij gisteren gekocht heeft… zonder kurkentrekker. Met behulp van een pincet en een zakmesje (en heel, heel, heel veel geduld) lukt het hem de plastic kurk de fles in te duwen.

We lopen nog even richting het zwembad om de versiering van het hotel te bekijken. De hele dag zijn hotelmedewerkers al bezig alles op te hangen: stroomkabels voor 1 gekleurd lampje met ballonnen eromheen, een tafel met een slinger ‘Bonne annee’ (Gelukkig Nieuwjaar) en een touw met ballonnen in het zwembad. Vergeleken met versieringen in Nederland stelt het natuurlijk niets voor, maar ze hebben er heel veel tijd en moeite in gestoken.

De versieringen bij het zwembad

Rond tien over half acht verlaten we het hotel om naar het restaurant vlakbij te gaan. Er wordt ons verbaasd aangekeken: het eten begint pas om negen uur. Wel kunnen we alvast een drankje doen. Hiervoor wordt een plastic tuintafel met plastic stoeltje bij het zwembad geplaatst. Snel gooien ze nog een kleedje eroverheen en dan is de tafel voor ons Oudjaarsavondmaal gedekt.

Ook bij het restaurant is veel gedaan aan versiering: er hangen lichtjes en er liggen ballonnen in het zwembad. Een bandje heeft opgebouwd naast het zwembad en is nu bezig met testen. Intussen komen er nog meer Nederlanders uit ons hotel naar het restaurant toe. Voor hen worden ook plastic tafels en stoelen bijgeplaatst, want de houten tafels en stoelen zijn voor de mensen die van tevoren gereserveerd hadden. Wel mogen we mee profiteren van het ‘ontvangstbuffet’ dat voor hen neergezet is: een schoteltje met wat chips erop en een schoteltje met olijven.

De versieringen in het restaurant (filmpje gemaakt met telefoon)

Rond kwart over negen begint het serveren van de eerste gang. We krijgen een mandje met wat stukjes stokbrood op tafel en we krijgen een bord met wat salade en gerookte zalm. Het smaakt prima en het vult onze maag, aangezien we inmiddels flink trek hadden.

Na de eerste gang duurt het lange tijd voor er weer iets gebeurt. Bordjes worden afgeruimd, andere mensen krijgen hun eerste gang nog en er komen zelfs nog wat mensen later binnen. Ondertussen speelt het bandje muziek, waarvan alle liedjes een beetje hetzelfde klinken. Een lokale vrouw danst naast hen mee in een poging om wat extra geld te verdienen (later gaat ze namelijk met een pet langs de tafels).

Een uur later wordt de tweede gang geserveerd. Deze slaan we over, aangezien de gang bestaat uit langoustines (Noorse kreeft), waarbij je alle scharen en sprieten nog kan zien zitten. Als vegetariër hou ik sowieso al niet van vis (ik eet het alleen als het echt moet), maar dit gaat me echt te ver.

Voor de derde gang wordt ons gevraagd te kiezen tussen vlees of vis. Mijn vriend krijgt een stuk vlees met een soort aardappelbolletjes, ik krijg een enorme bol rijst met iets dat lijkt op vistartaar. We eten er wat van op, maar letten eigenlijk meer op de tijd: het is bijna elf uur, wat betekent dat in Nederland het nieuwe jaar gaat beginnen.

We wachten nog op het toetje, maar dit duurt zo lang dat we om tien voor half twaalf de rekening maar gaan vragen. Inmiddels is het halve dorp uitgelopen om te kijken bij het restaurant, want vooral voor de kinderen is dit wel een speciale avond. Dat de stroom nog uitvalt, verbaast eigenlijk niemand: bijna iedereen had van tevoren al bedacht dat dit zou gebeuren.

Als we betaald hebben, lopen we haastig terug naar het hotel. Op onze kamer halen we de hapjes en drankjes die we gisteren gekocht hebben en dan gaan we naar het strand, waar we op ligbedjes gaan zitten. Bij het restaurant van het hotel is het Oudjaarsfeest nog in volle gang, al swingt het niet echt: het is een beetje statig en mist uitstraling.

We houden de tijd goed in de gaten, want twaalf uur komt steeds dichterbij. Als de laatste tien seconden aangebroken zijn, tellen we (als enigen) hardop af. Het nieuwe jaar is begonnen op het strand van Somone in Senegal! We hebben geen vuurwerk om het te vieren, maar de buurjongeren van het hotel steken wat Romeinse kaarsen af. Een hotel verderop heeft wel heel mooi vuurwerk, zien we. Het is ook veel: een dalend vliegtuig moet haastig van zijn vliegroute afwijken om het vuurwerk te ontwijken.

Ook de hotelmanager heeft een stukje vuurwerk gekocht. Hij graaft het echter te diep in, waardoor het vuurwerk over de grond schiet. We duiken haastig weg achter onze ligbedjes, de manager moet rennen om het vuurwerk te ontwijken.

De rust keert daarna langzaam weer terug op het strand. Een groepje Senegalese jongens loopt heen en weer in de hoop iets te krijgen, maar meer dan toestemming om naar de muziek van het hotel te luisteren, krijgen ze niet. We blijven nog een tijdje op het strand, kijkend naar de sterren en genietend van het feit dat we hier zijn. We doen zelfs nog een poging tot een Nieuwjaarsduik door met onze voeten het water in te gaan, wat echt heel erg koud is!

Rond kwart over één gaan we naar onze kamer om te slapen. Het was een heel bijzonder Oud en Nieuw en het was zeker een heel bijzonder begin van 2018.


Tot morgen!

Lees verder: Dag 6