maandag 26 september 2016

Reisverslag Noord-Amerika 2016: dag 19

Donderdag 28 juli 2016: San Francisco

Vandaag is onze laatste rustdag: we blijven de hele dag in San Francisco. Uiteraard zal het geen echte ‘rust’-dag worden, want we willen de dag natuurlijk gebruiken om de stad te verkennen!

Als eerste hebben we het bezoek aan het gevangeniseiland Alcatraz op de planning staan. Dit betekent vroeg opstaan, snel douchen en aankleden en dan ontbijt halen. Het hotel heeft namelijk geen eigen restaurant, maar aan de overkant zit een broodjeszaak waar een aanbieding is voor een ontbijtbroodje met koffie erbij. Na twee bestellingen (van de in totaal vier) is de koffie echter op. We kunnen kiezen: of blijven wachten tot er een nieuwe pot is gezet of we mogen iets anders te drinken kiezen. Als ons verzekerd is dat het andere drankje niets aan de prijs van de aanbieding verandert, kiezen we voor sinaasappelsap en kunnen we vrij snel daarna ons ontbijt meenemen.

Op de kamer eten we ons ontbijt op, aangevuld met koffie uit de lobby van het hotel. Dan pakken we onze spullen en gaan we op weg! Het eerste stuk leggen we lopend af: we lopen naar de bushalte voor de ‘streetcar’ naar Fisherman’s Wharf. Dit vervoersmiddel is net weer iets anders dan de cable car en de gewone bus, het lijkt meer op een soort tram. De inrichting is echter simpel met houten banken, waardoor het iets speciaals heeft.

De streetcar brengt ons probleemloos naar Fisherman’s Wharf. Daar stappen we vlakbij Pier 33 uit voor de boot naar Alcatraz. We zijn er ruim op tijd, dus we kunnen lekker nog even in het zonnetje zitten voor we in de rij mogen gaan staan om aan boord te gaan. Een kaartje halen hoeven we niet: we hebben ruim van tevoren gereserveerd, iets dat echt wel nodig is aangezien Alcatraz een populaire bezienswaardigheid is.

Onze vertrektijd is tien uur, wat betekent dat we twintig minuten daarvoor in de rij mogen gaan staan. We mogen ook allemaal een gratis boekje pakken met wat basisinformatie over het eiland en de gevangenis.

Iets voor tienen gaan we aan boord. Op de boot mogen we zitten waar we willen: binnen (met dichte ramen) of op een iets hogere verdieping, waar het open is. We kiezen voor een plaats boven, zodat we nog even een mooi uitzicht op de stad hebben.

Uitzicht vanaf de boot op de stad

Na een kleine tien minuten zijn we al in de buurt van Alcatraz. Er wordt ons verteld dat we eerst verplicht zijn te luisteren naar de park ranger op het eiland en daarna kunnen we zelf Alcatraz gaan verkennen.

We komen in de buurt...

We wachten rustig tot we van boord mogen en bekijken alvast van afstand de verschillende onderdelen van het eiland: de gevangenis, de watertoren en de vuurtoren.

Alcatraz eiland

Wanneer we uiteindelijk van boord mogen, voegen we ons bij de groep die bij de park ranger staat te wachten. De man vertelt ons dat Alcatraz ook een nationaal park is en dus beschermd gebied. Om het zo te houden, wordt ons gevraagd of we ons aan de regels willen houden en er wordt verteld dat we voor één dollar een informatieboekje kunnen kopen. De dollar wordt uiteraard gebruikt voor het onderhouden van het eiland.

Welkom op Alcatraz!

Nadat we het boekje aangeschaft hebben, beginnen we aan onze tocht over het eiland. We lopen de steile helling op richting de Guard Tower, de wachterstoren waarvandaan de gevangenen in de gaten werden gehouden. Onderweg zien we veel vogels, want Alcatraz is altijd al een eiland geweest waar duizenden vogels verblijven.

Alcatraz is altijd een vogeleiland geweest

Vanaf de Guard Tower lopen we richting het voormalige verblijf van de bewakers. Tijdens de bezetting van de Indianen, niet lang nadat Alcatraz gesloten was, is er echter brand gesticht in het gebouw, waardoor er weinig van over is.

Het bewakersverblijf

We lopen door langs het schoolgebouw (er woonden ook families van bewakers op het eiland, waaronder kinderen) en komen in de buurt van de watertoren. Ook hier zijn sporen te zien van de bezetting: er is tekst op geschreven over vrijheid voor Indianen.

De beschreven watertoren

Langs de kapel en het mortuarium komen we uiteindelijk bij het cellencomplex. We komen binnen bij de doucheruimte, waar de gevangenen vroeger ook binnen kwamen. Hier moesten ze verplicht douchen en daarna twee keer per week. Voor de veiligheid van de gevangenen waren er geen douchehokjes, zodat de bewakers hen goed in de gaten konden houden.

De doucheruimte

Na het douchen kregen de gevangenen hun kleren, beddengoed en handdoek. Ook ontvingen ze scheerspulletjes en schoenen.

Gevangeniskleding

Aan het einde van de doucheruimte krijgen we een koptelefoon met een audio tour. Deze is in te stellen in verschillende talen, waaronder Nederlands. Met de koptelefoon op lopen we de trap op en dan staan we echt bij de cellen.

Het cellencomplex is verdeeld in vier rijen: A-blok, B-blok, C-blok en D-blok. Het B-blok heeft als bijnaam Broadway gekregen, het C- en D-blok werd ook wel ‘Ceedee’ genoemd, op dezelfde manier uitgesproken als het Engelse ‘seedy’, dat iets betekent als ‘vuil’ en ‘verlopen’. Hier zaten de ergste criminelen opgesloten. Ook had het D-blok de isoleercellen.

Het D-blok met rechts achterin de isoleercellen

Tegenover de isoleercellen hangt een bord met foto’s van bekende gevangenen als Al Capone en ‘The Birdman’. Bijna allemaal zijn ze overgeplaatst uit de gevangenis Leavenworth, wat al een strenge en zware gevangenis was. Alcatraz was ook echt bedoeld als de zwaarste gevangenis van allemaal. Er werd vaak over gezegd: “Overtreed je de regels, dan ga je naar de gevangenis. Overtreed je de gevangenisregels, dan ga je naar Alcatraz.”

Bekende gevangenen

Alcatraz had dan ook niet voor niets de isoleercellen. Hield je je niet aan de regels, dan werd je daar naartoe gestuurd. Een verblijf erin varieerde van enkele dagen tot maximaal negentien dagen. Na die negentien dagen mocht de gevangene er even uit om te eten en zijn tanden te poetsen. Gedroeg hij zich daarna nog niet, dan werd hij weer negentien dagen teruggestuurd. Dit bleek nooit nodig te zijn: de eerste negentien dagen waren genoeg.

Isoleercel

Vanaf de isoleercellen lopen we verder naar de ruimte die vroeger de bibliotheek was. Via het B-blok komen we bij een tussenstukje, waar nog dingen te zien zijn aan de opstand van 1946. Gevangenen probeerden toen op een gewelddadige manier te ontsnappen, wat uiteindelijk mislukte.

Herinneringen aan de opstand van 1946

We lopen door en komen bij de bezoekersruimte. Gevangenen mochten één keer per maand bezoek ontvangen. Al het bezoek werd natuurlijk streng gecontroleerd. Bezoekers en gevangenen werden altijd van elkaar gescheiden door een raam en gesprekken konden alleen gevoerd worden via een telefoon.

De bezoekersruimte

Na de bezoekersruimte komen we langs het kantoor van de bewakers. Daarnaast is de deur naar buiten, waardoor we even de frisse lucht in kunnen en de stad San Francisco in de verte kunnen zien liggen.

Uitzicht op de stad

De directeur van de gevangenis had zijn verblijf ook aan deze kant van het eiland. In totaal heeft Alcatraz vier directeuren gehad.

Het verblijf van de directeur

We gaan terug naar binnen, passeren nogmaals het kantoor en komen dan in een ruimte met meer informatie over de bewakers. Zo staat er bijvoorbeeld een pop gekleed in het officiële uniform. Naast deze ruimte is het kantoor van de directeur.

Terug in het cellencomplex krijgen we meer informatie over de ontsnappogingen die er zijn geweest. De beroemdste is natuurlijk die van Frank Lee Morris, die in 1962 samen met de broertjes Anglin van het eiland wist te ontsnappen. De bewakers wisten ze te misleiden door nephoofden in hun bed te leggen.

Frank Lee Morris wist in 1962 te ontsnappen

De laatste ruimte die we te zien krijgen, is de keuken. Hier krijgen we ook meer informatie over de sluiting van Alcatraz op 21 maart 1963. De laatste gevangenen werden toen overgebracht naar een andere gevangenis.

Via een trap komen we uiteindelijk weer op de benedenverdieping, waar we onze audiotour in kunnen leveren. We hebben dan nog de tijd om zelf rond te kijken op het eiland voor we met de boot teruggaan naar het vasteland. We komen aan op Fisherman’s Wharf, waar we even iets eten, voor we naar de bushalte lopen en richting de Golden Gate Bridge gaan.

Bij de Golden Gate Bridge bezoeken we eerst het parkje ernaast met een voorbeeld van de kabels. Een kabel bestaat uit een heleboel kleine kabeltjes erin. In totaal heeft de kabel een diameter van ruim negentig centimeter.

Een doorsnede van de kabel

Na de kabel gezien te hebben, willen we natuurlijk de Golden Gate Bridge zien. Dit is wat lastig, want hij ligt verborgen in de mist. Toch lopen we een stukje over de brug, gewoon om te kunnen zeggen dat we over de Golden Gate Bridge gelopen hebben.

De Golden Gate in de mist

Vanaf de Golden Gate Bridge nemen we de bus terug naar het centrum van de stad. We willen nog wel de beroemde Victoriaanse huizen zien, wat betekent dat we moeten overstappen. Aan de buschauffeur vragen we waar we moeten overstappen, waarop hij kortaf snauwt: ‘Fltn!’ Na even gepuzzeld te hebben, ontdekken we dat hij de halte Fulton bedoelt. Om het ons makkelijk te maken, snauwt hij bij de halte nog een paar keer ‘Fltn!’, zodat we weten dat we eruit moeten.

We stappen over op een andere bus en komen zo bij de halte voor de Victoriaanse huizen. Het is nog even een stukje lopen en een goed plaatsje zoeken (de heuvel ertegenover is grotendeels dicht voor onderhoud), maar dan kunnen we eindelijk de beroemde ‘Painted Ladies’ op de foto zetten.

De Painted Ladies

Met de bus keren we vervolgens terug naar Market Street. Daar eten we iets in het winkelcentrum voor we terug lopen naar het hotel en nog even rustig op de kamer zitten. We beseffen goed dat het aftellen nu begonnen is: nog twee reisdagen en dan is de vakantie voorbij. Gelukkig hebben we morgen eerst nog een mooie rit langs de kust voor we terug de drukte van Los Angeles in gaan.


Tot morgen!


vrijdag 23 september 2016

Reisverslag Noord-Amerika 2016: dag 18

Woensdag 27 juli 2016: Yosemite --> San Francisco

Na alle prachtige en bijzondere natuur van de afgelopen weken zeggen we vandaag de nationale parken gedag. We gaan naar de stad San Francisco, een rit van een kleine 200 mijl – ruim drie uur rijden.

Ook vandaag staan we weer vroeg op, want we willen zo veel mogelijk tijd in San Francisco door kunnen brengen. Iets over achten gaan we ontbijten, dat erg slecht geregeld blijkt te zijn: er is weinig keus en ook zeer weinig ruimte om te zitten. “Maar,” zo meldt een medewerker, “neem gerust je bord mee naar je kamer!” Aangezien onze kamers aan de andere kant van het hotel liggen, vinden we dit geen optie. Gelukkig komt er net een tafeltje vrij en kunnen we rustig eten. We blijken net op tijd te zijn: als we goed en wel zitten, valt de stroom binnen uit en is het niet meer mogelijk koffie of sap te pakken…

We zijn dan ook blij als we uit kunnen checken en gaan rijden. Iets voorbij het hotel stoppen we om te tanken, waarna we de bergen weer in gaan. Met de haarspeldbochten valt het vandaag mee en langzaam worden de bergen ook meer heuvels.

Hoe dichter bij San Francisco we komen, hoe drukker het wordt. Via een heel erg slechte weg, vol met hobbels en kuilen, komen we in de file voor de Oakland Bay Bridge. We betalen de tol en mogen dan de brug over, waarbij we San Francisco voor het eerst te zien krijgen.

Zonder al te veel problemen komen we bij ons hotel. De kamers zijn nog niet klaar, maar we kunnen de bagage eventueel afgeven. Omdat de parkeerplaats beveiligd is, slaan we dit aanbod af en gaan we eerst iets eten bij de broodjeszaak aan de overkant. Ondertussen bestuderen we de plattegrond van de stad die we bij het inchecken gekregen hebben. We blijken vlakbij Market Street te zitten, een bekende hoofdstraat, dus beginnen we na het broodje te lopen.

Het is inderdaad niet ver lopen, maar het is ook niet de meest chique buurt. Gelukkig blijft het bij kijken en bereiken we veilig het Visitor Center van de stad. Daar kopen we Muni paspoorten: pasjes waarmee je drie dagen onbeperkt gebruik van al het openbaar vervoer mag maken. De pasjes zijn er ook voor een dag, maar aangezien we twee dagen in San Francisco zijn, is dit voordeliger dan twee losse passen.

Met de pasjes op zak stippelen we onze route uit. Het eerste stukje moeten we afleggen per cable car: de bekende kabeltram die over de heuvels van de stad rijdt.

De bekende cable car

We hebben het geluk dat we bij het begin-/eindpunt van de route staan, zodat we kunnen zien hoe de cable car werkt: het trammetje rijdt een platform op, waar het handmatig gedraaid wordt. Vervolgens wordt het van het platform afgeduwd en kan het weer op weg.

Schouders ertegen en draaien maar!

Na even gewacht te hebben in een lange rij, waarbij er veel zwervers om ons heen te zien zijn, mogen we de cable car in. We rijden naar Lombard Street: de bekende bochtige straat.

Lombard Street

Behalve de straat is hier ook goed te zien hoe heuvelachtig San Francisco is. Lopen is eigenlijk geen optie, maar we proberen het toch, aangezien we niet onze tijd willen verdoen met wachten op een bus of cable car.

San Francisco is gebouwd op heuvels

Het grootste gedeelte van de wandeling gaat heuvelaf, wat het iets makkelijker maakt. We komen uit bij Fisherman’s Wharf, de haven van de stad.

Fisherman's Wharf

Fisherman’s Wharf is eigenlijk meer een entertainmentgebied dan een echte haven, hoewel er wel boten aan kunnen komen. De meeste mensen komen echter naar Fisherman’s Wharf voor iets anders dan boten, al trekt een oude duikboot veel bekijks.

Een oude duikboot bij Pier 45

Vanaf Fisherman’s Wharf heb je ook een prachtig uitzicht over de stad met diverse bekende, opvallende torens.

Uitzicht over de stad

Ook is het gevangeniseiland Alcatraz goed te zien. Morgen zullen we dit nog beter te zien krijgen: dan gaan we het eiland bezoeken.

Alcatraz, het bekende gevangeniseiland

We lopen over Fisherman’s Wharf richting Pier 39. Dit is het bekendste punt van de haven: hier liggen de zeeleeuwen op houten vlonders te genieten van de zon.

Pier 39 met de zeeleeuwen

Een tijdje staan we alleen maar te kijken naar de zeeleeuwen, die erg lui zijn. Af en toe duikt er eentje in het water om vervolgens ergens anders weer op een vlonder te klimmen, waarbij de rest van de zeeleeuwen luidkeels protesteert.

"Hé, ga van me af!"

Uiteindelijk verlaten we Pier 39 en lopen we nog even door de winkeltjes erbij. Ook drinken we iets voor we met de bus terug gaan naar Market Street. Vanaf de bushalte lopen we terug naar het hotel, waarbij we onderweg weer erg vreemde figuren tegenkomen.

Als we bij het hotel zijn, checken we in en vragen we om advies voor een restaurant in de buurt. Het meisje adviseert ons een Italiaans restaurant, maar het lukt ons niet het te vinden. Na het een aantal keer gevraagd te hebben, blijkt dat we nog verder door moeten lopen voor we er zijn. Het eten blijkt gelukkig heerlijk, dus we hebben niet voor niets gelopen!

Na het eten gaan we nog even naar de supermarkt voor wat boodschappen. Bij de kassa probeert een zwerver om geld te bedelen, maar hij wordt meteen naar buiten gestuurd door de beveiliging. Dit is niet alleen in deze supermarkt, maar in heel veel winkels, aangezien San Francisco heel veel zwervers heeft. Alcohol wordt bijvoorbeeld daarom ook niet in supermarkten verkocht.

Op de terugweg naar het hotel komen we verder geen zwervers meer tegen en we maken het snel gezellig op de kamer. Ook spreken we vast het één en ander af voor morgen, als we naar het gevangeniseiland Alcatraz gaan.

Tot morgen!

Lees verder: Dag 19 (San Francisco)



woensdag 21 september 2016

Reisverslag Noord-Amerika 2016: dag 17

Dinsdag 26 juli 2016: Death Valley --> Yosemite

Vandaag laten we de woestijn achter ons en gaan we naar een heel ander landschap, namelijk het prachtige Yosemite National Park. Het is vandaag ook de langste rit met ruim zes uur rijden en zo’n 400 mijl af te leggen.

Omdat het vandaag dus een lange dag zal worden, staan we zo vroeg mogelijk op. We douchen met warm water (koud water kennen ze namelijk hier niet), kleden ons aan en ruimen zo veel mogelijk op. Als we de auto in gaan laden, merken we dat het ’s ochtends erg aangenaam is, ook al zit je midden in de woestijn.

Het hotel 's ochtends, als het nog aangenaam buiten is

Iets over zevenen gaan de deuren van het restaurant van het hotel open en kunnen we naar binnen om te ontbijten. Er wacht ons een zeer uitgebreid buffet met gebakken aardappels, drie soorten roerei, pannenkoeken, fruit, broodjes, muffins en drinken. Hier komen we de dag zeker wel mee door!

We nemen niet al te veel tijd voor het ontbijt, want we willen zo snel mogelijk op weg. Niet alleen omdat we ver moeten rijden, maar ook omdat we voor de ergste hitte de woestijn uit willen zijn. Rond kwart voor acht vertrekken we over een hobbelige weg met veel dalen en klimmen. We houden de temperatuur van de motor goed in de gaten en zetten elke keer op tijd de airco uit.

De weg uit Death Valley blijkt langer te zijn dan we gedacht hadden. Wat het vooral vervelend maakt, is het klimmen en dalen, waardoor je niet heel veel tempo kan maken. Bovendien moeten we goed opletten dat de motor niet oververhit raakt. Zelfs met de airco uit, blijft de temperatuur oplopen. We krijgen ook nog eens een keer de schrik van ons leven als een woestijnhaas vlak voor onze auto de weg oversteekt. Gelukkig bereikt het dier veilig de overkant.

Alles bij elkaar zijn we blij als we Death Valley uit zijn en de bewoonde wereld weer een beetje zien. Bij een klein dorpje stoppen we om te tanken en om even bij te komen van het eerste gedeelte van de rit. We stoppen niet lang, we moeten verder!

De weg die we volgen, brengt ons naar de Tioga Pass: een bergpas aan het begin van Yosemite National Park. Vlak voor de echte pas maken we onze tweede stop van de dag, waar we broodjes kopen die we straks in het park als lunch op kunnen eten.

Het landschap waar we vervolgens doorheen gaan rijden, is compleet het tegenovergestelde van Death Valley. We zien volop groen en we rijden zelfs zo hoog dat we sneeuw op de bergtoppen zien.

Van de woestijn naar sneeuw...

Uiteindelijk komen we bij de ingang van Yosemite, waar een filetje staat. Als de langslopende park ranger onze nationale parkpas ziet, mogen we echter om de file heen rijden en zijn we officieel in Yosemite!

Welkom in Yosemite!

Onze eerste stop in het park is natuurlijk bij het Visitor Center. Yosemite heeft in de zomer drie Visitor Centers die open zijn, wij stoppen bij het Tuolomne Meadows Visitor Center. Via een steil pad komen we bij de ingang, waar we navraag doen naar de sequoia bomen, de beroemde hoge bomen. Het gedeelte van het park waar ze staan, is namelijk dicht voor onderhoud, maar een park ranger legt ons uit hoe we bij een ander punt met de bomen kunnen komen.

We bedanken de ranger en vervolgen onze weg. Bij het Tenaya Lake stoppen we om te lunchen: we zoeken een plekje op de rotsen bij het water en eten daar onze broodjes op. Uiteraard gaan we ook even met onze voeten in het water, dat heerlijk koel is.

Lunchen bij het Tenaya Lake

Na alle rotsen, zandvlaktes en droogte is het bij het meer extra genieten. Het is bijna niet voor te stellen dat we vanochtend nog zaten te duimen dat we zonder problemen Death Valley uit zouden komen, terwijl we nu bij dit prachtige meer met bergen en groene bomen zitten.

Vanaf Tenaya Lake rijden we weer verder. Onze volgende stop is bij Olmsted Point, waar je de bekende Half Dome kunt zien: een soort halve bergtop.

De Half Dome

Het volgende stuk van de route is iets minder interessant. We zien vooral bomen en de warme zon brandt op de auto neer. Gelukkig letten we nog wel op, want de afslag naar de sequoia bomen bij Tuolomne Grove staat slecht aangegeven.

We parkeren de auto en beginnen aan de wandeling naar de bomen. Het is ook echt een wandeling: het pad gaat vrij steil naar beneden en dat een mijl (1,6 kilometer) lang. We zetten echter dapper door, want de gigantische bomen willen we niet missen!

Sequoia boom

De eerste bomen zijn uiteraard erg bijzonder om te zien, maar iets verderop is een boom die nog net iets specialer is: je kunt er namelijk doorheen lopen! Zo krijg je pas echt door hoe groot de bomen zijn, want met je handen beide kanten aanraken, lukt echt niet.

Zijn mijn armen te kort of is de boom te breed?

Als we een aantal foto’s gemaakt hebben, beginnen we aan de tocht terug naar de parkeerplaats. Dit is natuurlijk nog zwaarder dan heen, want nu moeten we het steile pad terug op naar boven. Er lijkt ook geen einde aan het pad te komen. Bij elke bocht denk je: ‘Oh, nu zijn we er bijna’, maar dan blijkt dat je nog veel verder moet lopen. We zetten opnieuw door en bereiken uiteindelijk vermoeid de parkeerplaats.

Op de parkeerplaats krijgen we nog ruzie met een Aziatische vrouw, die een auto uit een parkeerplaats lijkt te leiden. Als ik onze auto erin wil leiden, gaat ze in het Aziatisch tegen me te keer. Ik begrijp er niets van totdat een auto mijn kant op komt. Blijkbaar wilde zij de lege parkeerplaats dus voor haar auto!

Met moeite vinden we een andere parkeerplaats en wachten we tot ons hele reisgezelschap weer compleet is. Dan gaan we richting de vallei van Yosemite, waar de watervallen te zien zijn. We zien ze ook inderdaad vanuit de auto, maar kunnen er niet bij komen: het Visitor Center (waar de wandeling begint) staat slecht aangegeven en als we eindelijk een bordje vinden, blijkt het nog veel verder te zijn.

De vallei van Yosemite

Omdat het al laat is, maken we alleen een korte fotostop onderweg voor we naar de uitgang gaan. Daar krijgen we opnieuw een aanvaring met Aziaten. Er staan namelijk enkele auto’s stil bij de uitgang, waardoor er niemand door kan. Eerst denken we dat de park ranger iets wil zeggen, maar het blijkt een groep Aziaten te zijn die blijkbaar op elkaar wacht. Vlak na de uitgang stoppen ze, het andere verkeer dwingend om ze heen te rijden. Aangezien ik mijn blog netjes wil houden, zal ik nu niet herhalen wat er naar hen geroepen werd…

Een van de watervallen

Nu we het park uit zijn, denken we dat we redelijk snel bij het hotel zullen aankomen. Dit valt tegen: we krijgen nog twintig mijl haarspeldbochten voor onze kiezen. Als we eindelijk bij het hotel zijn, zijn we dan ook allemaal uitgeput.

We brengen snel de koffers naar de kamer en gaan op zoek naar een restaurant voor het avondeten. Na een heerlijk bordje Chinees eten, proberen we het zwembad van het hotel nog even, maar het water is veel te koud om ervan te kunnen genieten. Daarom gaan we maar vroeg richting de kamers en bereiden we ons voor op morgen. Dan staat de stad San Francisco op het programma, iets waar we heel veel zin in hebben.


Tot morgen!

Lees verder: Dag 18 (Yosemite --> San Francisco)



maandag 19 september 2016

Reisverslag Noord-Amerika 2016: dag 16

Maandag 25 juli 2016: Las Vegas --> Death Valley

Na alle gekte van de afgelopen twee dagen gaan we vandaag weer de rust in: het eindpunt is de woestijn Death Valley, waar we ook zullen overnachten. In totaal leggen we vandaag zo’n 150 mijl af, wat ongeveer tweeënhalf uur rijden is.

Rond zeven uur ’s ochtends staan we op na een redelijk goede nachtrust. We nemen snel een verfrissende douche, kleden ons aan en pakken vast de meeste spullen in. Uiteraard halen we nog een voorraadje ijsblokjes om het water in ieder geval het eerste stukje van de rit nog koel te houden.

Als we rond half negen de auto ingeladen hebben, gaan we het hoofdgebouw van Circus Circus in voor het ontbijt. We komen terecht bij hetzelfde restaurant als gisteren… met deze caissière die nog steeds niet begrijpt dat ik geen vlees bij mijn ontbijt wil. Gelukkig staan mijn medereisgenoten me bij en houden we het allemaal bij een simpel broodje vanochtend.

Tegen half tien zeggen we de chaos van Las Vegas gedag en gaan we op weg naar Death Valley. Iets buiten de stad stoppen we even om te tanken en later nog een keer om geld op te nemen, aangezien de kosten voor het opnemen in Las Vegas belachelijk hoog waren ($7,95 alleen om geld op te mogen nemen…).

Met volle tank en volle portemonnees rijden we verder. Langzaam wordt het landschap bergachtiger en natuurlijk steeds droger. Er is nauwelijks begroeiing meer, alleen hier en daar wat dor gras. Bordjes langs de kant van de weg waarschuwen dat we voorbij het laatste tankstation voor Death Valley komen. We controleren onze benzinetank voor de zekerheid nog een keer en gaan dan het park in.

Onze eerste stop is bij Zabriskie Point, een uitkijkpunt over de bergen van de woestijn. Het is vanaf de parkeerplaats slechts een paar honderd meter lopen, maar heuvelop in de gigantisch droge hitte lopen is alles behalve makkelijk! Het uitzicht boven maakt echter veel goed, want het is werkelijk prachtig.

Uitzicht bij Zabriskie Point

We nemen ruimschoots de tijd voor foto’s, aangezien elke kant er anders uit ziet. Donkere en lichtere kleuren wisselen elkaar heel mooi af met hier en daar strepen gemaakt door de wind.

Prachtige kleuren en strepen in de woestijn

Na een minuut of tien wordt de hitte ons toch te veel en gaan we terug naar de auto. We rijden naar het Visitor Center, dat midden in de woestijn ligt bij Furnace Creek Ranch.

Furnace Creek Ranch

Voor het Visitor Center staat een grote thermometer, die de temperatuur van dat moment in Death Valley aan geeft. Op dit moment is het 122 graden Fahrenheit, oftewel 50 graden Celsius…

Warm? Een beetje maar!

We koelen even af in het Visitor Center, waarna we op zoek gaan naar een lunch. Het restaurant bij Furnace Creek heeft grote borden met patat en hamburgers op de kaart staan, maar daar hebben we eigenlijk niet zo’n trek in. We kiezen uiteindelijk voor een broodje van de General Store (de ‘algemene winkel’) naast het restaurant en eten het buiten in de schaduw op. Hierbij krijgen we gezelschap van verschillende vogels, die onze broodjes wel erg interessant vinden…

Nadat we de vogels ontweken hebben, gaan we terug naar de auto en rijden we naar Badwater: het laagste punt in Death Valley. Hier is het water verdampt en heeft het een grote zoutvlakte achter gelaten.

De zoutvlakte van Badwater

Bij Badwater staat ook een bordje dat aangeeft hoe laag je nu eigenlijk staat: 85,5 meter onder het zeeniveau.

85,5 meter onder zeeniveau

Omdat de hitte het echt niet toestaat, lopen we niet de zoutvlakte op, maar gaan we terug naar de auto. We rijden terug naar Furnace Creek en slaan dan af richting Stovepipe Wells Village, waar we zullen overnachten.

Uitzicht bij Stovepipe Wells Village

Als we aankomen, zijn de kamers nog niet klaar. We mogen van het hotel handdoeken lenen om naar het zwembad te gaan, maar omdat er niet echt een plek is om om te kleden, houden we het bij een verkoelend drankje in de saloon. We hebben ook geluk dat de Wifi even werkt, zodat we iedereen in Nederland gerust kunnen stellen dat we veilig bij het hotel zijn.

De saloon (bar) bij het hotel

Na het drankje kijken we nog even rond in het dorpje, dat bestaat uit een tankstation, General Store en het hotel met souvenirwinkel, saloon (bar) en restaurant. Wanneer we weer terug komen bij de receptie, blijken de kamers inmiddels wel klaar te zijn en kunnen we inchecken. Het zijn simpele kamers, maar het kunnen overnachten in de woestijn maakt het extra leuk.

De General Store bij zonsondergang

We pakken snel een beetje uit, leggen de flessen water in de koelkast en haasten ons dan naar het zwembad. Het is nog niet druk en we vermaken ons prima in het koele water. Bij het zwembad staat een basketbalnetje en er zijn twee ballen, dus al snel is er een echte wedstrijd gaande.

Wanneer het drukker wordt, verlaten we het water om op te drogen. Dit gaat uiteraard heel snel. We lopen terug naar de kamers, waar we nog een paar shirtjes wassen en buiten te drogen leggen. Rond zeven uur gaan we naar het restaurant voor een heerlijke maaltijd met onbeperkt limonade. Er wordt ook water aangeboden, maar in verband met de droogte in het gebied vragen ze je alleen water te nemen als je het echt op wilt drinken.

Met volle maag verlaten we het restaurant. We kijken nog even in de General Store en proberen de Wifi bij de lobby, maar deze werkt helaas niet doordat er te veel mensen het proberen. Tsja, wat moet je dan doen ’s avonds in de woestijn? Zwemmen natuurlijk! We nemen nog even een verfrissende duik en genieten van de nu aangename temperatuur. Als het donker wordt, lopen we rustig naar onze kamers, ondertussen de vele sterren bewonderend.

Er is weinig licht in Death Valley, dus de sterren zijn goed te zien

Op de kamers lezen we nog even in op morgen. Dan gaan we naar een heel ander landschap, namelijk het prachtige Yosemite National Park.


Tot morgen!

Lees verder: Dag 17 (Death Valley --> Yosemite)



donderdag 15 september 2016

Reisverslag Noord-Amerika 2016: dag 15

Zondag 24 juli 2016: Las Vegas

Vandaag staat er een rustdag op het programma. Of dit echt een rustdag is, moet nog blijken, want we hebben nog een hele dag in het chaotische en gekke Las Vegas voor de boeg!

Omdat we gisteravond (vanochtend?) pas laat op bed lagen, slapen we vanochtend lang uit. Pas rond kwart voor elf zitten we in een restaurant om te ontbijten. Hierbij zorg ik blijkbaar voor een probleem, want een ontbijt met helemaal geen vlees, daar heeft de caissière nog nooit van gehoord!

Als we uiteindelijk ons ontbijt krijgen, blijkt het allemaal wel oké te smaken. We gooien netjes onze kartonnen bordjes en bekers in de prullenbak en gaan dan naar buiten. Het idee is om met de bus naar het einde van de Strip te gaan en het bekende bord ‘Welcome to Fabulous Las Vegas’ op te gaan zoeken. Dit betekent dat we uit moeten stappen bij hotel Mandalay Bay en dan nog een flink stuk mogen lopen in de hitte… Gewapend met petjes en flesjes water gaan we de uitdaging aan met als resultaat dat ik eindelijk het bord te zien krijg.

Eindelijk het bekende bord!

Vanaf het bord moeten we natuurlijk ook weer terug lopen. We nemen onze tijd, maar proberen wel door te lopen: als je blijft staan, voel je de hitte namelijk pas echt. Voor foto’s maken we wel een uitzondering, want er is zo veel te zien! Hotel Mandalay Bay bijvoorbeeld, een hotel met een tropisch thema. Dit is vooral terug te zien aan het eigen aquarium met haaien.

Hotel Mandalay Bay

Het volgende hotel dat we tegenkomen, is het Luxor hotel. Dit thema is niet moeilijk te raden: de grote piramide en de sfinx laten duidelijk zien dat we ons nu in Egypte moeten wanen!

Het Luxor hotel

Vanwege de hitte lopen we het hotel in om daar af te kunnen koelen. Ook binnen gaat het Egyptische thema gewoon door.

Binnenin het Luxor hotel

Het Luxor hotel ligt naast hotel Excalibur, een hotel met een ridderthema. Gelukkig is er een doorgang tussen deze hotels gebouwd, zodat we niet naar buiten hoeven. We blijven expres iets langer in het hotel en eten een yoghurtijsje, zodat we weer helemaal verfrist zijn om verder te kunnen gaan.

Hotel Excalibur lijkt van buiten op een kasteel

Als we buiten komen, zien we hotel New York New York al liggen. Bij daglicht is ook de achtbaan goed te zien waar we gisteravond in geweest zijn.

Hotel New York New York met het Vrijheidsbeeld en de achtbaan

Aan de overkant van de straat ligt het MGM Grand hotel, het grootste hotel van de Verenigde Staten met meer dan 5000 kamers. Hier zijn veel grote sportevenementen en momenteel is Tiësto er de huis-DJ. Omdat we erg nieuwsgierig zijn, gaan we het hotel in, maar we vinden het erg statig en strak.

Het MGM Grand hotel

We verlaten het hotel weer en lopen door naar hotel Paris. Dit heeft als thema de Franse stad Parijs. Uiteraard zijn hier typische bouwwerken uit Parijs nagebouwd, zoals de Arc de Triomphe.

De Arc de Triomphe bij hotel Paris

In de Eiffeltoren bevindt zich zelfs een restaurant op de eerste verdieping. Wat ook leuk is, is dat de poten van de Eiffeltoren binnen in het hotel doorlopen. Zo heb je echt het gevoel in Parijs te zijn!

De nagebouwde Eiffeltoren

Vanaf hotel Paris nemen we de bus naar The Venetian. Eigenlijk hadden we willen lopen, maar de hitte wordt steeds erger. Het water dat we bij ons hebben, is inmiddels ook kokend heet, maar omdat we niets anders hebben, drinken we het toch. Gelukkig vinden we in The Venetian een restaurantje waar we een beker koele limonade kopen.

Even afkoelen in The Venetian

Met de bus gaan we terug naar ons eigen hotel. Hier komen we eerst op de kamer even bij van alle hitte voor we naar het zwembad gaan. We blijven er niet lang, want het was al kwart voor vijf toen we terugkwamen bij het hotel en we willen heel graag vanavond de vulkaanuitbarsting bij The Mirage nog zien.

Daarom gaan we al om half zes terug naar de kamer om ons om te kleden. We hopen snel wat te kunnen eten, maar uiteraard duurt dit langer dan gepland. Met onze pizza, die overigens heerlijk smaakte, nog maar net achter onze kiezen, lopen we zo snel mogelijk van het hotel naar The Mirage. Precies op tijd komen we er aan en kunnen we genieten van de spectaculaire show.

De vulkaanuitbarsting bij The Mirage

Na de voorstelling lopen we het hotel in. Het is prachtig met een soort junglethema, compleet met watervallen in het hotel zelf. Ook is er een groot winkelgebied bij, waar we een winkel ontdekken vol met gesigneerde film- en albumposters. En… zelfs een poster met een handtekening van leiders uit de Tweede Wereldoorlog…

Achter het hotel ligt ook nog een groot gedeelte voor de gasten: het zwembad natuurlijk, maar ook Siegfried & Roy’s Secret Garden – de tuin waar de witte tijgers nu wonen. Overdag is het geopend, maar helaas zijn wij er te laat.

Siegfried & Roy's Secret Garden

We lopen weer terug buiten en willen eigenlijk doorlopen naar het standbeeld van Siegfried en Roy als we een trammetje zien dat naar Treasure Island gaat. Het blijkt gratis te zijn, dus rijden we mee naar het hotel gebaseerd op het boek Schateiland. Voor het hotel staat bijvoorbeeld een piratenschip, waar regelmatig shows op gegeven worden.

Het piratenschip voor Treasure Island

Vanaf Treasure Island lopen we rustig terug richting Circus Circus, onderweg nog stoppend voor een foto van het Trump Hotel.

Het nieuwe Trump hotel

Ook zien we het Wynn hotel nog prachtig verlicht.

Het Wynn hotel

De Fashion Show, een groot winkelgebied, is natuurlijk ook verlicht, hoewel de winkels al gesloten zijn.

De Fashion Show

Na de Fashion Show lopen we zonder stops terug naar ons hotel. Daar gaan we nog even het casino in, waar ik maar liefst 24 procent winst maak (ik speelde met een dollar en heb 24 cent winst…). Op onze kamer drinken we nog even iets om ons weekend in Las Vegas af te sluiten. Morgen verlaten we de chaos namelijk weer, dan gaan we naar het echte woestijngebied Death Valley.

Tot morgen! 

Lees verder: Dag 16 (Las Vegas --> Death Valley)