zondag 20 augustus 2017

Reisverslag Sri Lanka 2017: dag 10

Woensdag 19 juli 2017: Kandy

Voor vandaag staat er geen reisdag op het programma, we blijven in Kandy. Wel is er een strakke planning, want we hebben maar liefst vijf verschillende activiteiten te doen vandaag: de Tempel van de Tand en een edelstenenwinkel bezoeken, naar een zijdefabriek, de botanische tuin bekijken en als afsluiting van de dag zijn er plaatsen voor ons gereserveerd bij een show met traditionele muziek en dans.

De dag begint echter niet zo goed: ik ben ’s nachts niet lekker en heb veel last gehad van buikkrampen. Omdat ik heel erg naar Kandy uitgekeken heb, wil ik toch het programma meedoen. Gelukkig voel ik me na een prima douche wat beter en kan ik gewoon mee ontbijten. Hier is duidelijk te zien dat het hotel waar we verblijven wat luxer is. Er is namelijk heel erg veel keus en er is zelfs een mogelijkheid om wafels te laten bakken.

Na het ontbijt verzamelen we onze spullen voor de dag en wachten we in de lobby op de rest van de groep. Drie leden van de groep hebben zich afgemeld, omdat zij niet lekker zijn. Dit betekent dat we ons met vijfentwintig mensen in het kleine busje proppen, waar nu iets meer ruimte is dan gisteren: toen was het echt sardientjes in blik.

Tijdens het ritje naar beneden proberen we niet te veel na te denken of naar buiten te kijken, aangezien het nogmaals duidelijk wordt dat het een heel steile en smalle weg is waar je zeker geen tegenliggers tegen moet komen… Iedereen is blij als we beneden zijn en we weer in onze vertrouwde roze bus kunnen stappen.

Met de roze bus rijden we naar de Tempel van de Tand. Omdat deze tempel gelegen is aan een drukke straat moeten we allemaal snel uitstappen. We verzamelen op het plein en verdelen ons dan in twee groepen. De Tempel heeft namelijk gescheiden ingangen: eentje voor de mannen en eentje voor de vrouwen. Ook is er een tassencontrole. Dit heeft alles te maken met de aanslag die de Tamil Tijgers in 1998 bij de Tempel pleegden. Door middel van een bom die ontplofte, werd een groot deel van de voorgevel verwoest.

Iedereen van onze groep komt goed door de controle heen en dan staan we in het tempelcomplex. Voor boeddhisten is dit de belangrijkste tempel, omdat hier een hoektand van Boeddha bewaard wordt. Boeddha werd na zijn overlijden gecremeerd, maar gelovigen wisten onder andere de hoektand uit het vuur te redden. Acht eeuwen lang werd de Tand in India bewaard door hindoes, daarna werd hij teruggegeven aan de boeddhisten. In het haar van een dochter van de toenmalige koning werd de Tand naar Sri Lanka gesmokkeld. Na nog heel even in India geweest te zijn, kregen de Portugezen de Tand uiteindelijk te pakken in de zestiende eeuw. Zij verpulverden en verbrandden de Tand en gooiden de as ervan in zee. De Tand, zo vertelt de legende, is toen op wonderbaarlijke wijze weer hersteld en via de zee teruggekeerd naar Sri Lanka…

Het tempelcomplex begint met een simpele tuin. Er staan wat standbeelden en er zijn wat grasvelden, maar verder is het vooral het pad dat naar de tempel leidt. Halverwege staat een standbeeld van een monnik met een Engelse vlag. Het verhaal gaat dat, toen er afgesproken was dat Sri Lanka op 4 februari 1948 om twaalf uur ’s middags onafhankelijk zou zijn van de Britten, de monnik niet kon wachten op de onafhankelijkheid en de vlag al eerder naar beneden haalde.

Het standbeeld van de monnik met de Engelse vlag

We lopen verder naar de Tempel, die er van buiten erg groot uitziet. De Tempel maakt ook een statige indruk door de strakke lijnen en natuurlijk de witte kleur van de muren.

De Tempel van de Tand

Van binnen is de Tempel kleurrijker. Met behulp van afbeeldingen wordt de jaarlijkse parade uitgebeeld. Een keer per jaar wordt een kopie van de Tand in een relikwiehouder op de rug van een olifant gehesen en aan de stad getoond. Dit gebeurt door middel van een grote parade met muzikanten, dansers en olifanten. Alleen een grote olifant met rechte slagtanden mag de kopie dragen: alles moet perfect zijn voor de Tand.

Kleurrijke versiering in de Tempel

Als we voorbij de afbeeldingen echt de Tempel in gaan, valt ons meteen op hoe druk het is. Boeddhisten, vooral vrouwen, staan in een lange rij met hun handen vol met eten en / of bloemen om te offeren, terwijl toeristen erom heen staan in de hoop een goed plaatsje te hebben voor de offerceremonie. Bij de offerkamer, een ruimte op de begane grond, staan diverse mannelijke boeddhisten in speciale kleding met vlaggen en muziekinstrumenten. Zij leiden de offerceremonie in.

Het begin van de offerceremonie

Onze reisleider zoekt een plaatsje voor ons op het plateau tussen de begane grond en de eerste verdieping. Zo kunnen we zien hoe af en toe een man met offers de offerruimte in gaat en hoe andere mannen met muziek en een vlag om de offerkamer heen lopen.

Om de offerkamer heen lopen

Ondertussen wordt het steeds drukker. De rij van de boeddhistische vrouwen wordt langer, toeristen proberen nog een plaats te vinden om goede foto’s te maken. De bovenverdieping staat ongetwijfeld ook helemaal vol, want daar wordt de Tand bewaard.

De bovenverdieping van de Tempel

Wanneer de mannen aan hun tweede rondje om de offerkamer beginnen, wenkt onze reisleider ons dat we naar boven moeten gaan. Uit respect voor de biddende en offerende boeddhisten bergen mijn vriend en ik onze fotocamera’s op. We volgen de meute naar boven, waar twee rijen blijken te zijn: één voor de offerende boeddhisten en één voor de toeristen. Voetje voor voetje schuifelen we naar voren. Enkele bewakers zorgen ervoor dat de offerrij blijft bewegen. De toeristen bewegen langzaam, iedereen wil graag een foto van de Tand. Deze is echter niet te zien, alleen de gouden reliekhouder is zichtbaar. Wij vangen er nog net een glimp van op, dan gaan de deuren dicht. De puja, het offeren, is voorbij.

Nog steeds voetje voor voetje schuifelen we door langs een lange tafel vol met lotusbloemen. We proberen bij de rest van de groep te blijven, maar een klein groepje Aziaten maakt dat wat moeilijk door precies tegen de richting in te gaan… Uiteindelijk zien we onze reisleider en weten we dat we naar beneden moeten. Vervolgens moeten we een andere trap op naar de Alut Maligawa, de Zaal van de Nieuwe Schrijn. Onze reisleider valt uit tegen een paar Aziaten die voor willen dringen door via de uitgang naar binnen te gaan. Hierbij snijden ze ook nog een boeddhistische vrouw met een kindje de pas. Wij wachten rustig even en lopen dan een rondje door de kleine zaal vol met Boeddhabeelden, boeken en allerlei andere voorwerpen die iets met de Tand te maken hebben.

Na het verlaten van de Alut Maligawa staan we weer bij de offerkamer beneden. Hier kunnen we goed zien hoe indrukwekkend de ruimte is.

De grote offerkamer in de Tempel

We lopen door naar de andere kant, waar een soort museumruimte is. Met behulp van grote platen wordt het verhaal van de Tand verteld. Ook staan er een heleboel verschillende Boeddhabeelden. Elke houding betekent weer iets anders, bijvoorbeeld dat het niet belangrijk is of je rijk of arm bent of groot of klein: iedereen is welkom voor Boeddha.

Boeddhabeelden in het museum

Als we uitgekeken zijn, gaan we naar buiten, waar we nog een laatste blik op de Tempel kunnen werpen. Buiten is goed het gouden dak te zien, waaronder de Tand bewaard wordt. Op het plafond zijn gouden lotusbloemen aangebracht om alles net dat beetje extra te geven (zie de foto van de grote offerkamer in de Tempel)..

De Tempel buiten

Langs de oude ingang en een ruimte gevuld met olielampjes voor mensen die als het donker is willen bidden, komen we bij de uitgang van de Tempel. Door een straatje vol met kraampjes komen we weer bij de hoofdstraat. Het is even wachten, maar dan kunnen we onze bus opnieuw in.

Fontein in het zijstraatje van de hoofdstraat

Met de bus rijden we naar de edelstenenwinkel. Inmiddels heb ik weer flink last van buikkramp. Gelukkig kunnen we even zitten, terwijl we een kort filmpje te zien krijgen over hoe edelstenen gevonden worden in Sri Lanka. Vervolgens mogen we in het museum rondkijken… en gaan we uiteraard de winkel in. De reisleider, die weet dat ik niet helemaal lekker ben, bereidt ondertussen een speciaal Sri Lankaans drankje voor me. Het zou moeten helpen, maar de smaak is zo verschrikkelijk dat ik me mogelijk nog zieker voel.

Samen met mijn vriend en een aantal anderen wacht ik buiten, terwijl sommige groepsleden inkopen doen. De frisse lucht, die frisser lijkt door de korte maar hevige regenbui van toen wij net binnen waren, helpt en ook de kramp in mijn buik wordt iets minder. Ik wil het liefst nog verder mee – ik ben erg benieuwd naar de botanische tuin en de show – maar we besluiten uiteindelijk toch dat het beter is om terug naar het hotel te gaan. De reisleider laat een tuktuk voor ons regelen, we spreken een prijs af en verlaten dan de groep.

Ik vind het erg jammer dat we eerder terug moeten, al blijkt het minder erg te zijn om in een tuktuk de berg op te gaan dan in het kleine busje. Eenmaal in het hotel begin ik me ook langzaam iets beter te voelen: we lunchen op ons gemak in een heel sjiek lunchrestaurant en genieten van het werkelijk prachtige uitzicht.

Het uitzicht

De Tempel van de Tand, gezien vanaf ons hotel (met flinke zoom)

 Na het eten trekken we lekker onze zwemkleding aan en gaan we naar het zwembad van het hotel, dat te bereiken is via een lange trap. Een verfrissende duik doet me ook goed, evenals de warme zonnestralen.

De rest van de middag brengen we bij het zwembad door, heerlijk ontspannen. Tegen zes uur gaan we terug naar de kamer, zodat we om zeven uur naar het diner kunnen. Als we richting het restaurant lopen, zien we de rest van onze groep – zij zijn nu pas terug. Aan de verhalen te horen hebben we een paar mooie dingen gemist, maar eigenlijk ook weer niets: in de zijdefabriek ging het meer om het moeten kopen van kleding, de botanische tuin was heel erg veel lopen en de show was min of meer een uur lange versie van wat we vanochtend in de Tempel gehoord hebben. Alles bij elkaar hebben we dus een goede keuze gemaakt om terug te gaan.

Hoewel we eigenlijk wilden eten en dan snel terug naar de kamer, raken we in het restaurant aan de praat met enkele groepsgenoten en zijn we pas later terug. We gaan vrij snel naar bed en zetten geen wekker, aangezien we morgen een heerlijke vrije dag hebben.


Tot morgen!


donderdag 17 augustus 2017

Reisverslag Sri Lanka 2017: dag 9

Dinsdag 18 juli 2017: Habarana → Dambulla → Kandy

Vandaag is voorlopig even onze laatste reisdag: we rijden van ons hotel in Habarana naar de stad Kandy, waar we drie nachten zullen blijven. Onderweg naar Kandy hebben we nog een aantal stops op het programma staan, waaronder eentje bij de Gouden Tempel van Dambulla.

Vanwege de wind, die nog steeds flink tekeer gaat, zijn we al vroeg wakker. Rond half zeven staan we echt op om te douchen en om daarna te gaan ontbijten. In het restaurant is het nog erg rustig, al wordt het snel drukker: iedereen moet natuurlijk weer op tijd in de bus zitten. Zodra we klaar zijn, gaan wij dan ook meteen naar de receptie om onze rekening te betalen. Nu is er wel gewoon wisselgeld, terwijl het pas half acht ’s ochtends is. Het lijkt er sterk op dat de man van gisteravond geen zin had om wisselgeld te pakken, ook al was het er gewoon.

We gaan terug naar de kamer, pakken de laatste spullen in en checken dan snel uit. Onze spullen gaan een klein busje in, dat de koffers naar onze eigen bus brengt (het pad naar het hotel is te smal voor onze bus). Wij lopen erachter aan, omdat we geen zin hebben om naar een olifant te kijken die met kettingen om zijn nek aan het werk wordt gezet.

Als iedereen in de bus zit, vertrekken we richting Kandy. We zijn nauwelijks onderweg of de buschauffeur moet vol op de rem: in de verte is een olifant te zien.

Een wilde olifant, gezien vanuit de bus

We zijn net weer onderweg als er opeens een gil klinkt. Deze keer is er geen olifant te zien, maar zit er een kakkerlak in de bus… Het duurt even voor de rust is wedergekeerd, maar dan zijn er geen onderbrekingen meer en kunnen we gewoon doorrijden naar Dambulla.

In Dambulla is onze eerste stop bij een markt voor handelaren. In plaats van kraampjes waar je iets kunt kopen, staan er overal mensen en auto’s met diverse soorten fruit en groente. Bananen worden met trossen tegelijk verkocht, aardappels worden in zakken op auto’s geladen en mango’s worden in grote kratten aangeboden. Het is één grote chaos van mensen en vrachtwagens die door elkaar heen lopen en rijden. Om de chaos helemaal compleet te maken, worden er nog berichten omgeroepen die eigenlijk niemand verstaat.

In de chaotische markthal

Nadat we door de overdekte markthal heen gelopen zijn, gaan we terug de bus in. We rijden door richting de Gouden Tempel van Dambulla, maar eerst gaan we koffie drinken. Het restaurant zit in hetzelfde gebouw als de TV- en radio-omroepen en dat gebouw staat… naast een boeddhistische tempel.

Wanneer we ons drinken en koekje op hebben, lopen we naar de tempel. Meteen zijn we onder de indruk, want we zien een prachtig groot Boeddhabeeld gemaakt van goud.

De gouden tempel van Dambulla

We kijken een tijdje rond op het plein voor het museum met het gouden Boeddhabeeld. Er staan veel bakken met bloeiende bloemen, er zijn twee olifantenbeelden en wat hoger zien we standbeelden van boeddhistische monniken die een offer aan Boeddha brengen.

Beelden van offerende monniken

Na het maken van foto’s beginnen we aan de klim naar de echte tempel. De tempels liggen namelijk halverwege een 160 meter hoge rots. Om er te komen, moeten we langs steile trappen en paden naar boven. Een hele klim, maar het uitzicht is erg mooi.

Het uitzicht met in de verte Sigiriya

Zodra we bij de tempels zijn, is er natuurlijk weer het ritueel met schouders en knieën bedekken en schoenen uit. Het valt ons op dat er zelfs videobewaking is hier, maar de gouden Boeddhabeelden kunnen dat natuurlijk verklaren.

De grottempels van Dambulla bestaan uit diverse grotten met daarin Boeddhabeelden. De tempels zijn al in de eerste eeuw voor Christus gebouwd door koning Valagambahu I. Nadat hij zich veertien jaar lang in de grotten schuil had gehouden, liet hij het gebied ombouwen tot een tempelcomplex. Vandaag de dag wordt het druk bezocht door zowel boeddhisten als toeristen en woont er een grote groep apen.

Twee  van de vele apen die in het tempelcomplex wonen

We beginnen ons tempelbezoek bij de eerste grot – de Devaraja Viharaya, wat Tempel van de Heer der Goden betekent. Het is een tempel met een zeer smal pad, omdat de meeste ruimte in beslag genomen wordt door een liggend Boeddhabeeld van veertien meter lang. We moeten in groepjes de tempel in om het te bekijken, zo smal is het pad ervoor.

Een deel van het liggende Boeddhabeeld

Van de eerste grot gaan we naar de tweede – de Maharaja Viharaya, wat Tempel van Grote Koningen betekent. In deze grot zien we opnieuw een grote liggende Boeddha, maar daarnaast ook een heleboel zittende Boeddha’s. Het is bijna niet te tellen hoeveel beelden er staan, zo veel zijn het er. De details in de grot zijn ook prachtig: de beelden zijn zeer gedetailleerd en daarnaast is het plafond ook versierd met patronen en afbeeldingen van Boeddha.

Een aantal van de vele Boeddhabeelden

De derde grot is de Maha Alut Viharaya, wat Grote Nieuwe Tempel betekent. Ook hier zijn veel details te zien, zowel op de beelden als op het plafond. Daarnaast heeft deze grot ook weer een liggende Boeddha. Aan de tenen is te zien of het een slapende Boeddha is of een overleden Boeddha: als de tenen gelijk zijn, stelt het een Boeddha in rust voor (Boeddha sliep slechts twee uur per dag) en als de tenen ongelijk zijn, stelt het beeld een overleden Boeddha voor.

In de Maha Alut Viharaya

Na de derde grot bezoeken we nog de twee laatste kleinere grotten: de Pacchima Viharaya (Westelijke Tempel) en de Devana Alut Viharaya (Tweede Nieuwe Tempel). In de Pacchima Viharaya proberen we zo kort mogelijk te blijven, aangezien de kleine tempel een geluidsalarm heeft bij de ingang om ongewenste dieren buiten te houden. De laatste tempel, de Devana Alut Viharaya, heeft nog een bijzonderheid: vijf Boeddhabeelden zijn van baksteen en stucwerk gemaakt in plaats van van goud, zoals de andere beelden.

In een flink tempo lopen we vervolgens terug naar beneden en gaan we weer naar de bus. Na een kort ritje stoppen we bij een houtbewerkingswinkel. De eigenaar vertelt ons iets over de verschillende houtsoorten waar hij mee werkt en over hoe het hout bewerkt wordt. Dan mogen we door de winkel lopen, waarbij het natuurlijk de bedoeling is dat we iets kopen. Het is allemaal even prachtig, maar ook allemaal even prijzig en bovendien willen we niet het risico lopen dat het hout is dat we niet naar Nederland mee mogen nemen.

Een detail van een handgemaakt houten tafeltje

Voor de winkel wachten we tot iedereen klaar is met winkelen. Een aantal mensen hebben maskers gekocht, die erg bekend zijn op Sri Lanka. Ze hebben ook allemaal een eigen betekenis, net als de olifantenbeeldjes: als de olifant zijn slurf omlaag houdt, biedt het beeld bescherming en als de olifant zijn slurf omhoog houdt, moet het beeld geluk brengen.

Met de bus rijden we vervolgens naar het restaurant waar we gaan lunchen. Het is een mooi restaurant en het eten is prima. Wel hebben we medelijden met een zwerfhondje dat water uit de bak met lotusbloemen drinkt.

Als iedereen klaar is met eten, steken we de weg over naar een kruidentuin. Een jongeman leidt ons rond en vertelt ons over de verschillende dingen die er groeien: onder andere koffie, cacao, vanille, ananas en nootmuskaat. Dan neemt hij ons mee naar een overdekte ruimte, waar we op plastic stoelen moeten gaan zitten die in een grote kring neergezet zijn. Tot onze verbazing krijgen we een compleet document met allerlei producten die er verkocht worden. Onze rondleider begint de producten één voor één toe te lichten met alle voordelen die het product heeft. Als we hem moeten geloven, kunnen we dankzij de producten honderd procent gezond en met zachte huid en zacht haar door het leven gaan.

Cacaoplant in de kruidentuin

Bijna hoofdschuddend luisteren we naar het verhaal. Onze rondleider eist ook complete aandacht, want zodra er gepraat wordt, is het ‘Listen, Sir, Madam’ en wacht hij tot het weer stil is. Het komt op ons heel erg over als een Tupperware-party… maar dan nog een tandje erger.

Uiteindelijk is het verhaal klaar en kunnen we nog een gratis massage krijgen, als we dat willen. Wij slaan beiden over, hier hebben we echt geen zin in. In de winkel, die we uiteraard daarna bezoeken, houden we onze aankoop bij een klein flesje vanille-aroma voor in de taart, meer producten hebben we echt niet nodig!

Voor we de kruidentuin eindelijk verlaten, is er flink wat tijd verstreken. We gaan de bus in en de chauffeur zet de bus in zijn achteruit om de weg op te gaan. Als hij verder wil rijden, wordt hij ineens aangehouden door de politie wegens ‘gevaarlijk rijden’. De reisleider gaat zich er snel mee bemoeien met de mededeling dat hij hogere vrienden heeft bij de politie, die de agent wel even op zijn plaats zullen zetten (of met de mededeling dat de bus vol zit met blanke toeristen…). In ieder geval mag de chauffeur zonder boete verder rijden.

Nu gaan we echt onderweg naar Kandy. Onderweg zien we op een berg nog een Boeddhabeeld dat de plek herdenkt waar 2100 jaar geleden het eerste boeddhistische boek werd geschreven. Vijfhonderd monniken schreven mee aan de zestienhonderd bladzijden. Later zijn er nog meer boeddhistische boeken geschreven.

We rijden door het dorpje Matale, waar het een stuk drukker is. Via een bochtige weg gaan we meer de bergen in, waar we een prachtig uitzicht hebben.

Het uitzicht op de berg

Vervolgens rijden we door diverse kleine dorpjes tot we in de buurt van Kandy komen. Voor het eerst deze vakantie komen we een weg met maar liefst twee banen tegen, wat ook wel nodig is met het drukke verkeer. Het is duidelijk dat we in een grote stad zijn, die rekening houdt met toeristen: zo zien we bijvoorbeeld een KFC restaurant…

De bus stopt bij een winkel voor sanitair. Niet om iets te kopen, maar omdat de bus te groot is om de berg op te gaan. Een klein busje brengt ons via een zeer, zeer steile weg naar ons hotel op de top van de berg. Een ander busje brengt de koffers. Wij krijgen netjes een welkomstdrankje, terwijl we genieten van het prachtige uitzicht. Morgen, als het lichter is (het is al avond nu), willen we er zeker foto’s van maken.

We gaan naar onze kamer, wachten op onze koffers en frissen ons dan een beetje op voor we naar het buffet gaan. Het is een uitstekend buffet met zeer veel keus. Ook hebben ze deze keer wat meer ‘bekende’ keuzes, zoals frietjes en broodjes hamburger. Helemaal opvallend is de verse sinaasappelsap die er te krijgen is. Het smaakt allemaal heerlijk!

Na het eten gaan we vrij snel naar de kamer, aangezien we morgen weer een lange dag hebben. Dan zullen we de bekende Tempel van de Tand bezoeken, de botanische tuin en een show met traditionele dans en muziek.


Tot morgen!

Lees verder: Dag 10 (Kandy)



dinsdag 15 augustus 2017

Reisverslag Sri Lanka 2017: dag 8

Maandag 17 juli 2017: Habarana → Polonnaruwa → Habarana

Hoewel we vandaag geen echte reisdag hebben, zullen we toch een tijdje in de bus moeten zitten: we bezoeken vandaag de oude stad Polonnaruwa, een stad op een kleine vijftig kilometer afstand van ons hotel.

De dag begint, net als gisteren, vroeg: we moeten vandaag alweer om acht uur in de bus zitten. We staan dus vroeg op, douchen, kleden ons aan en gaan dan naar het restaurant voor het ontbijt. Na het koude eten van gisteravond zijn we een beetje huiverig, maar het ontbijtbuffet is redelijk in orde. Goed, het broodrooster werkt niet en er is weinig keus, maar we kunnen in ieder geval iets eten om de dag te beginnen.

Na het ontbijt gaan we even terug naar de kamer om netjes onze tanden te poetsen voor we ons bij de rest van de groep voegen om naar de bus te lopen. Als we in de bus zitten en vertrokken zijn, begint onze reisleider vrijwel meteen over het eten van gisteravond. Hij meldt dat hij gesproken heeft met het keukenpersoneel en dat zij excuus gemaakt hebben. Ook heeft hij het voorval doorgegeven aan de reisorganisatie, zodat zij op de hoogte zijn. Vanavond moet het eten wel gewoon goed zijn, dat is hem beloofd. We besluiten het even af te wachten, aangezien we nog niet geheel overtuigd zijn na zijn woorden.

Ondertussen rijden we door een groen gebied met weer verschillende stukken weg waar grote kans is op overstekende olifanten. Uiteraard zien we de grote dieren niet, maar wel kleine pauwtjes.

Dichtbij Polonnaruwa stoppen we voor een stukje cultuur. We moeten een klein stukje lopen en komen dan bij een standbeeld van een man. Wie het precies is, is niet helemaal duidelijk, maar het zou de oude koning Parakramabahu kunnen zijn. Hij regeerde in de twaalfde eeuw over Sri Lanka en wordt gezien als de laatste grote koning van het land.

Standbeeld van koning Parakramabahu?

Van het standbeeld gaan we door naar het museum van Polonnaruwa, waar onze reisleider de kaartjes koopt voor het hele archeologische terrein. Daar hoort ook het museum bij, dat we eerst gaan bezoeken. Het is een museum met vooral veel foto’s van de oude stad. Polonnaruwa was namelijk van de elfde tot de dertiende eeuw de hoofdstad van Sri Lanka. In die tijd werden er veel beelden en tempels gebouwd. Toen Sri Lanka rond 1293 werd aangevallen door een leger uit Zuid-India, verviel Polonnaruwa als hoofdstad en werd er niet meer naar de beelden en gebouwen omgekeken. Vandaag de dag zijn het vooral ruïnes die er nog te zien zijn.

Langzaam lopen we onder leiding van onze reisleider door het museum, die bij bijna elk beeld wel iets te vertellen heeft. Het is erg warm in het museum, waardoor slechts een handjevol mensen zijn verhalen volgt. Ook wij haken af en kijken op eigen houtje een beetje rond. Het winkeltje vinden we eigenlijk nog het fijnst. Niet vanwege de souvenirs, maar vanwege de heerlijke koele temperatuur die er binnen is.

Als we het hele museum door zijn, gaan we terug naar de bus. We lopen langs een aangelegd kanaal, waar mensen aan het vissen in zijn. Op het pad waar wij lopen, staan diverse verkopers. Sommigen zijn erg opdringerig en accepteren moeilijk ‘nee’. Wij hebben er gelukkig weinig last van, maar iemand anders uit onze groep wordt bijna de bus in gevolgd door iemand die hem een houtwerkje wil verkopen.

Met de bus rijden we naar Vejayanta Pasada, het oude paleis van koning Parakramabahu. Het is nu een ruïne waarvan alleen de muren nog overeind staan. We lopen erdoor heen en ontdekken dat het paleis erg groot geweest moet zijn, aangezien het een compleet doolhof is van smalle gangetjes en kamers. Hier en daar staan wat overblijfselen van oude beelden, die mogelijk Boeddha voor moesten stellen of koning Parakramabahu zelf.

Het oude paleis van koning Parakramabahu

We lopen het hele paleis door, inclusief de paleistuin met de baden. Een man met een slang om zijn nek staat hier te wachten op klanten. Gelukkig loopt iedereen van onze groep hem voorbij, maar helaas wil een drietal andere Nederlanders wel met de slang om hun nek poseren.

Een deel van de paleistuin met de baden

Hoofdschuddend keren we terug naar de parkeerplaats voor bussen. De rest van de tocht zullen we echter niet per bus doen, maar per fiets. Naast de parkeerplaats staan de fietsen klaar. We mogen er zelf eentje uitzoeken, al is de keus beperkt. Mijn vriend kiest een mountainbike uit, waarvan later blijkt dat de versnellingen alleen ter decoratie zijn, en ik krijg de laatste fiets met een mandje voorop. Het nadeel van mijn fiets: het zadel kan niet verzet worden, waardoor ik bij elke trap met mijn knieën boven het stuur uit kom…

Even poseren met de fiets

Op de gammele fietsen vertrekken we. Het eerste stukje is om even op te warmen: na nauwelijks vijfhonderd meter stoppen we alweer voor de koffiepauze. Net als een keer eerder staan er plastic tuinstoelen in een kring opgesteld. Onze reisleider neemt onze bestelling op, terwijl om ons heen apen aan het spelen zijn.

Spelende apen in de buurt van de koffiestop

Nadat we iets gedronken hebben en ons koekje opgegeten hebben, blijven we nog even zitten. Omdat ik weet dat het nog een lange dag gaat worden in de hitte, besluit ik om te vragen hoeveel een flesje Fanta kost om mee te nemen. Als ik de vraag stel, krijg ik het flesje zo in mijn handen geduwd. De vrouw begrijpt alleen het woordje ‘Fanta’, maar niet dat ik het wil kopen. Omdat ze ook gewoon doorgaat met haar bezigheden, besluit ik geen moeizame discussie aan te gaan. Ik pak het flesje en ga weer zitten. Het is natuurlijk niet helemaal juist, maar doordat zij mij blijkbaar echt niet begrijpt, weet ik op dat moment niet hoe ik de situatie beter kan oplossen.

Het flesje Fanta gaat de rugzak in en we verlaten de koffieplek. We hoeven nog niet op de fiets, want we gaan eerst de Quadrangle bezoeken, het ‘Vierkant’. Dit was vroeger het centrum van de stad Polonnaruwa. Tot onze verrassing krijgen we maar kort uitleg, daarna mogen we zelf rondkijken. Wel moeten we er eruit op letten dat we op sommige plaatsen de tempelregels weer in acht nemen.

We kijken eerst bij de Sathmahal Pasada, wat letterlijk Gebouw van Zeven Verdiepingen betekent (er zijn er slechts zes bewaard gebleven). Verder is er niets bekend over het gebouw.

De Sathmahal Pasada

Naast de Sathmahal Pasada bevindt zich de Hatadage, een oude tempel. Hier werd vroeger het bekendste boeddhistische relikwie bewaard: de hoektand van Boeddha. Tegenwoordig wordt de Tand bewaard in de Tempel van de Tand in Kandy, die wij later tijdens onze reis zullen bezoeken. Om nu de Hatadage te bezoeken, moeten we eerst schouders en knieën bedekken en onze schoenen uit, want het wordt nog steeds gezien als Tempel.

Beelden in de Hatadage

Van de Hatadage steken we over naar de Vatadage, een groot rond gebouw dat aan de buitenkant tot in de kleinste details versierd is. Ook hier gelden de tempelregels: schouders en knieën bedekken, schoenen uit. Op onze sokken lopen we de trap op, de tempel in. Op het binnenste plateau staan vier Boeddhabeelden, eentje voor elke windrichting. In het midden is een dagoba gemaakt van bakstenen, waarin vroeger waarschijnlijk de Tand ook nog een tijdje in bewaard is.

De Vatadage

We verlaten de Vatadage nadat we er geheel omheen zijn gelopen en gaan met onze schoenen in onze hand naar de laatste tempel: de Thuparama. Dit is een overdekte tempel, waarin diverse Boeddhabeelden te zien zijn. Het is er klein en smal, maar wel heerlijk koel, omdat het een overdekte ruimte is.

Boeddhabeeld in de Thuparama

Als we weer buiten staan, zoeken we een plekje om rustig onze schoenen aan te trekken. Meteen komt er een verkoper op ons, die we vrij makkelijk af weten te poeieren. We lopen terug naar de rest van de groep, die zich in de schaduw heeft verzameld. Aan alles kan je merken dat veel een beetje klaar zijn met het bezoeken van tempels in de hitte en snakken naar een duik in het zwembad van ons hotel.

Zo ver is het echter nog niet: we moeten eerst nog een stuk fietsen. Hoewel onze reisleider eerder heeft gezegd dat we zeker vier, vijf kilometer zouden moeten fietsen, zijn we vrij snel op onze eindbestemming. We parkeren de fietsen en gaan te voet verder. Om even een andere smaak in onze mond te hebben, wil ik een snoepje pakken, maar dat vindt een nieuwsgierig aapje ook heel interessant. Nadat hij mij door zijn plotselinge verschijning goed heeft laten schrikken, kan ik nog net op tijd mijn rugzak weg trekken.

Lopend gaan we richting de Gal Vihara, de laatste tempel van vandaag. Eerst zien we bij een waterreservoir echter een schildpadje op een steen zitten. Net als iedereen foto’s heeft gemaakt, komt er nog een tweede bij en pakt iedereen dus maar weer de camera’s. Als iemand te dicht bij komt, verdwijnen ze haastig onder water.

Nieuwsgierige schildpadjes op een steen

We lopen naar de ingang van de Gal Vihara, die niet meer is dan wat paaltjes met een touwtje. Wel is er een strenge controle: schouders en knieën moeten echt bedekt zijn, schoenen uit en een pet op houden is echt uit den boze. Wanneer iemand toch niet geheel goed gekleed de Gal Vihara in gaat, of een foto maakt met zijn / haar rug naar een beeld toe, wordt er gefloten en komen er haastig bewakers op diegene af. Tijdens ons bezoek wordt er aardig wat gefloten…

De Gal Vihara lijkt dus op een tempel, maar het is meer een monument. Er zijn vier verschillende Boeddhabeelden te zien, die uitgehakt zijn in de rots. Het eerste beeld is een mediterende Boeddha, die tijdens de regeerperiode van koning Parakramabahu uitgehakt is.

Mediterende Boeddha

Het tweede beeld staat achter tralies en stelt een zittende Boeddha voor. Op de achtergrond zijn bedienden te zien, die met vliegenmeppers in hun handen staan. Ook dit beeld is tijdens de regeerperiode van koning Parakramabahu uitgehakt.

Het tweede Boeddhabeeld

Het derde beeld is bijzonder. Het is een staand beeld met gekruiste armen. Vroeger werd gedacht dat het beeld Ananda moest voorstellen, de trouwste dienaar van Boeddha. Nu gaat men ervan uit dat het Boeddha zelf is in de weken na zijn verlichting. Het is het enige beeld in Sri Lanka dat Boeddha in deze positie uitbeeldt.

Het enige Boeddhabeeld in Sri Lanka in deze houding

De rij wordt gesloten door een veertien meter lange liggende Boeddha. Het is een prachtig en zeer indrukwekkend beeld, waarvan de maker onbekend is. Door veel Singalese kunstenaars wordt dit gezien als het mooiste Boeddhabeeld ooit.

Liggende Boeddha

Als we alle vier de beelden bekeken hebben, gaan we terug naar de groep. Samen lopen we terug naar de bus, die ons naar onze lunchstop brengt. Een hobbelig paadje leidt naar een restaurant in de achtertuin van een Sri Lankaanse familie. De verschillende ‘eetzalen’ (ruimtes met banken en een dak) kijken allemaal prachtig uit over de rijstvelden.

Uitzicht tijdens het eten

In plaats van een bord krijgen we een gevlochten mandje met daarin een lotusblad om het eten van het op een kleine tafel uitgestalde buffet op te scheppen. Het is een traditioneel Sri Lankaanse maaltijd met rijst en curry’s, maar met net iets meer smaak dan in de restaurants en… een stuk warmer dan het eten van gisteravond!

Ons lunchbord

Na het eten is er natuurlijk tijd om foto’s van het uitzicht te maken. Iemand van onze groep blijkt een drone te hebben, wat voor het personeel heel bijzonder is. Als de drone opstijgt, is er even geen aandacht meer voor het bedienen van klanten: iedereen staat te kijken hoe de drone over de rijstvelden vliegt.

Wanneer de drone terug is en iedereen afgerekend heeft, gaan we met het grootste deel van de groep terug naar de bus. Een klein groepje gaat nog mee met een jeepsafari, waarbij ze grote kans hebben om olifanten te zien. Erg leuk, maar door de hitte en de vele tempels willen wij liever terug naar het hotel. Toch blijkt het geen verkeerde keuze: bij een waterreservoir waar we langs rijden, zien we ineens in de verte twee olifanten staan.

Olifanten in de verte

Blij met deze bijzondere ervaring (hoe vaak zie je olifanten in het wild?) gaan we terug naar het hotel, waar bijna iedereen meteen het zwembad in duikt. Omdat er veel te weinig bedjes zijn, leggen wij onze handdoeken op een grasveldje naast het bad neer. We blijven er tot ongeveer zes uur en gaan dan terug naar de kamer om ons op te frissen en om alvast zo veel mogelijk opnieuw in te pakken.

Terwijl buiten de wind weer flink tekeer gaat, melden wij ons rond half acht beneden voor het diner. Het restaurant is nog niet open, maar wel zien we onze reisleider die al het eten controleert. Pas als hij gezien heeft dat het allemaal warm is, mogen we aan tafel.

Na een op zich prima maaltijd willen we graag onze drankjes afrekenen en dan naar de kamer. Afrekenen kan echter niet, want er is geen wisselgeld? Als we morgen bij het uitchecken betalen, is er wel wisselgeld, belooft het hoofd van het restaurantpersoneel ons. We snappen niet helemaal hoe dat kan (als er ’s avonds om negen uur geen wisselgeld is, hoe kan het er dan ’s ochtends om acht uur wel zijn?), maar gaan geen discussie aan. We zetten onze handtekening op de rekening en gaan naar de kamer. Daar krijgen we nog een onaangename verrassing: het bed is opengeslagen voor ons, terwijl onze koffers gewoon open lagen met onze kostbare spullen in het zicht. Gelukkig is alles er nog, ook het fototoestel van mijn vriend dat nog op het bed lag, maar nu op de kast ligt. Zo snel mogelijk gaan we ons bed in om te slapen, want: hoe sneller we slapen, hoe sneller het ochtend is en we weg kunnen uit dit hotel dat ons niet bijzonder bevallen is.


Tot morgen!


Lees verder: Dag 9 (Habarana --> Dambulla --> Kandy)



zondag 13 augustus 2017

Reisverslag Sri Lanka 2017: dag 7

Zondag 16 juli 2017: Trincomalee → Sigiriya → Habarana

Naar vandaag hebben mijn vriend en ik allebei lang uitgekeken: we gaan namelijk naar Sigiriya, de beroemde leeuwenrots van Sri Lanka. Het is het enige programmapunt vandaag, na het bezoek gaan we direct door naar ons hotel in Habarana.

Onze dag begint vroeg, aangezien we al om acht uur in de bus moeten zitten. Dankzij de douche, die niet warm wil worden, zijn we allebei gelijk goed wakker. Nog voor zevenen staan we al bij het restaurant voor het ontbijt, maar dit blijkt nog iets te vroeg. Als we vlak na zeven uur terug komen, kunnen we wel aanschuiven.

Na het ontbijt pakken we onze laatste spullen in en gaan we langzaam richting de lobby om uit te checken. We proberen nog even de wifi, die het vanochtend zowaar goed doet, en zorgen dat we keurig op tijd in de bus zitten. Rond acht uur vertrekken we en zijn we eindelijk echt onderweg naar Sigiriya.

Tijdens de rit is het landschap groen met weinig bebouwing. Wel zien we veel dieren: een grote pauw, apen, geiten, buffels en koeien. Ook komen we langs een groot waterreservoir, maar helaas zijn er geen olifanten te zien.

Vanuit Trincomalee rijden we direct naar Habarana, waar we even stoppen bij een pinautomaat voor de mensen die de excursies van gisteren nog moeten betalen. Helaas doet de pinautomaat het niet, zodat de reisleider nog iets langer moet wachten op zijn geld. Tegen ons heeft hij niets meer gezegd over de snorkelexcursie, dus we gaan ervan uit dat het goed is.

We rijden door naar Sigiriya en algauw zien we vanuit de verte de enorme rots. Niet lang daarna maken we een fotostop, zodat we de imposante rots op de foto kunnen zetten.

Onze eerste blik op Sigiriya

Na de fotostop rijden we door naar een restaurant voor de koffiestop met een koekje. Ook moeten we doorgeven wat we als lunch willen: buffet of iets van de kaart. Omdat de kaartkeuzes ons niet echt aanspreken, kiezen we beiden voor het buffet.

Tijdens de koffiestop wordt er besproken wie er straks niet mee gaat naar Sigiriya. Het is namelijk veel lopen en klimmen en hoewel er in de reisbeschrijving stond dat je goed ter been moet zijn, ziet niet iedereen het zitten om mee de rots op te gaan. Mijn vriend staat ook niet te popelen met zijn hoogtevrees, maar hij wil wel heel graag mee. Uiteindelijk blijft er een groepje van vijf personen achter.

De rest van de groep gaat de bus weer in en rijdt terug naar de ingang van Sigiriya. Van ongeveer 477 tot 495 was dit de hoofdstad van Sri Lanka. Koning Kassapa regeerde toen over het land en omdat hij niet al te lief was geweest voor zijn vader en halfbroer (hij had zijn vader gevangen gezet en later vermoord), zocht hij een plek die makkelijk te verdedigen was. De rots van Sigiriya was de perfecte locatie voor hem. Op de top liet hij zijn paleis bouwen, dat moeilijk te bereiken was door de steile rotswanden. Omdat hij wilde dat zijn verblijf dat van de Kubera, de god van de rijkdom, zou evenaren, liet hij rondom de rots een grote tuin aanleggen met fonteinen, rotsen en beelden. Ook liet hij de rotswand beschilderen. Voor de aanleg van dit alles, was zeven jaar nodig.

Tegenwoordig is Sigiriya meer een ruïne dan een paleis. In 495 pleegde Kassapa zelfmoord, nadat hij de aanval van het leger van zijn halfbroer verloren had. Zijn halfbroer riep Anuradhapura weer uit als hoofdstad van Sri Lanka en gaf Sigiriya aan de monniken die er voor Kassapa altijd gewoond hadden. Zij zorgden voor het gebied, maar uiteindelijk raakte het paleis steeds meer in verval.

Een ander verschil met vroeger is dat er nu een museum staat dat de geschiedenis van Sigiriya vertelt. Wij slaan het museum over en gaan richting de ingang van de tuin. Onderweg passeren we nog een prachtige lotusvijver, waarvan een aantal bloemen in bloei staat.

De lotusvijver met enkele bloemen in bloei

Van de lotusvijver gaan we door richting het toegangshek. Daar steken we een bruggetje over en dan staan we echt in de tuin van Sigiriya. Aan beide kanten van het wandelpad zijn een aantal vierkante vijvers, die vroeger waarschijnlijk gebruikt werden om in te baden. Op dit moment neemt alleen een eenzame krokodil een bad in de vijver.

De vijver met de krokodil (links midden)

Terwijl onze reisleider om de paar stappen stil staat om iets te vertellen over een plant of bloem, komen we langzaam dichter bij de echte beklimming van Sigiriya. Eerst nemen we nog een afslag naar links om de Rotstuin te bekijken. Hier zijn nog overblijfselen van oude fresco’s te zien, afbeeldingen op de rotsmuren. Monniken hebben geprobeerd de afbeeldingen te verwijderen, omdat de dames met ontbloot bovenlichaam te veel afleiding zouden geven bij het bidden.

Sigiriya komt steeds dichterbij...

Nu is het tijd om echt aan de beklimming te beginnen. De eerste trappen gaan nog goed, maar al snel gaat het tempo vanwege de warmte omlaag. Sommige trappen zijn erg steil, wat het langzamere tempo ook verklaart. Na een bijzonder lange, steile trap stoppen we dan ook even om van het uitzicht te genieten. Zelfs op deze kleine hoogte is dat al heel erg indrukwekkend.

Het uitzicht nog maar aan het begin van de klim

We gaan verder en bereiken via een zeer smalle ijzeren wenteltrap de Maagden van Sigiriya, waarvan je geen foto’s mag maken. Vroeger waren er zo’n vijfhonderd schilderingen op de 150 meter lange muur, maar door alle wind, regen, zon en ook door vandalisme zijn er nu nog slechts 21 over. Net als in de grot beneden stellen alle schilderingen vrouwen voor met ontbloot bovenlichaam. Niemand weet precies wie de vrouwen zijn, al zijn er verschillende theorieën.

Via dezelfde wenteltrap als eerst gaan we terug naar beneden, iets wat voor de mensen met hoogtevrees onder ons niet als prettig ervaren wordt. Gelukkig komt iedereen veilig beneden en kunnen we door naar de spiegelmuur. Dit is een stuk muur waar een mengsel van kalk, eiwit, bijenwas en honing overheen gesmeerd is, zodat het een zeer gladde en bijna weerspiegelende muur geworden is. Tijdens de 1500 jaar dat Sigiriya bezocht mag worden, hebben veel mensen iets op de muur gekrast als een soort graffiti. Tegenwoordig is het verboden om de muur aan te raken.

Na nog een stuk verder klimmen via brede stenen trappen met smalle treetjes bereiken we het Leeuwenplatform, de reden waarom Sigiriya de Leeuwenrots genoemd wordt. Op het platform zijn namelijk de reusachtige poten te zien van een leeuw. Vroeger was er een compleet leeuwenbeeld, dat de ingang van de trap naar het paleis vormde. Helaas zijn nu alleen de poten nog onbeschadigd.

Een van de twee leeuwenpoten van de rots

We pauzeren even bij de poten om foto’s te maken en om te kijken naar het laatste stuk trap. Als we al die treetjes ook gehad hebben, zullen we boven op de rots bij het paleis zijn. Onze reisleider geeft aan dat hij niet mee gaat: hij blijft op het Leeuwenplatform. De lokale gids, die vanaf het begin van de klim onze extra begeleiding is, zal met ons mee naar boven gaan.

Bij een leeuwenrots moet natuurlijk een leeuw op de foto!

In ons eigen tempo beginnen we aan het laatste stuk van de klim. Deze trap is anders dan de eerdere trappen: hij is gemaakt van ijzer met treetjes en daardoor voor de mensen met hoogtevrees weer niet prettig. Hij wordt gevolgd door een trap die door de weinige ruimte tussen de treetjes net niet lekker is om te lopen. Dan zijn er nog een paar korte trappen… en dan staan we eindelijk echt bovenop Sigiriya.

Het laatste stukje trap vanaf het Leeuwenplatform

We blijven even staan om rond te kijken. Het uitzicht is werkelijk adembenemend! De overblijfselen van het paleis trekken nauwelijks onze aandacht, onze ogen zijn alleen gericht op al het groen dat we overal om ons heen zien.

Het uitzicht op de top

Een aantal minuten later beginnen we beter rond te kijken. We lopen door naar de achterkant, waar we een waterreservoir kunnen zien in de verte. Ook kijken we meer naar wat ooit een groot, imposant paleis was.

Uitzicht aan de achterkant met de restanten van het paleis

Als we helemaal rondgelopen hebben, doen we nog een uitgebreide fotoshoot, omdat we het uitzicht thuis echt niet willen vergeten. Het is bijna niet te beschrijven hoe mooi het hierboven is. Mijn vriend heeft ook geen moeite met de hoogte hier: het uitzicht is veel te mooi om te denken aan hoogtevrees!

Nogmaals het uitzicht vanaf de top

Met tegenzin gaan we uiteindelijk terug naar het Leeuwenplatform, waar we wachten op de rest van de groep. Ondertussen eten we een broodje, omdat het opnieuw ver na lunchtijd is. Een zwerfhond, die blijkbaar ook alle trappen naar boven heeft gelopen, heeft hier wel interesse in, maar we geven hem niets, aangezien we niet zeker weten of hij helemaal ziektevrij is.

Heb je ook een broodje voor mij?

Wanneer de groep weer compleet is, gaan we terug naar beneden. Dat loopt toch iets makkelijker dan naar boven… en iets sneller! Als we bijna beneden zijn, komen we verkopers tegen, die boeken, beeldjes en andere souvenirs hebben. We lopen ze snel voorbij richting de bus, waar nog een hagedisje op een rotsblok van de zon geniet.

Een hagedisje in de zon

Nog diep onder de indruk stappen we de bus in en rijden we terug naar het restaurant waar we eerder koffie hebben gedronken. Daar ontmoeten we de vijf weer die niet mee geweest zijn. Samen lunchen we, al is lunchen een groot woord: het buffet heeft weinig keus en wat er is, heeft weinig smaak.

Rond kwart voor vier, als iedereen klaar is met eten, gaan we met de bus terug naar Habarana. Onderweg stoppen we nog een keer bij een andere pinautomaat, die het gelukkig wel doet. Omdat veel mensen moeten pinnen, duurt het lang voor we verder gaan. Ineens stopt de bus in een wat armoedig gedeelte van de stad. We moeten eruit, wordt ons verteld, en het laatste stuk lopen.

Een beetje verbaasd doen we wat er gezegd wordt. We passeren wat armoedige huisjes en komen uit bij een meer. Tot onze verbijstering zien we dat er mensen op de rug van een olifant zitten en zo een ritje om het meer maken. En ons hotel? Dat kijkt erop uit.

Het hotel zelf blijkt prima om te zien: er is een nette lobby, een zwembad en deze keer is er zelfs een lift die ons met onze koffers naar de tweede verdieping brengt. Onze kamer is ook erg mooi: we hebben een ruime slaapkamer met een trap naar nog een halve verdieping erboven. Ook hebben we een mooi groot balkon met uitzicht over het meer… en de olifantenritjes.

Ik doe snel de balkondeuren weer dicht en richt mijn aandacht op het wassen van wat kleding. Daarna trekken we onze zwemkleding aan voor een duik in het zwembad. Het wordt een korte duik, want het water is erg koud. Het frist daardoor wel lekker op, aangezien we door de beklimming van Sigiriya tijdens een gemiddelde temperatuur van meer dan dertig graden erg oververhit zijn geraakt.

Als etenstijd dichterbij komt, gaan we terug naar de kamer om te douchen. Het is een beetje improviseren, omdat er maar een erg zwak straaltje uit de douchekop komt. Ook hebben we zelf de hor voor het raampje van de badkamer maar dicht geplakt, dat hing namelijk half los. Zin in muggen in de kamer hadden we echter niet, dus dan maar wat plakband erop!

Rond kwart over zeven gaan we naar beneden om nog even van de wifi gebruik te maken voor we gaan eten. ‘Gebruik maken’ is eigenlijk wat overdreven: de wifiverbinding hier roepen we allemaal unaniem uit tot de slechtste die we tot nu toe in Sri Lanka gehad hebben.

Tegen kwart voor acht gaan we de eetzaal in. We hebben na de lange, inspannende dag best wel trek en het buffet ziet er veelbelovend uit. Schijn bedriegt in dit geval: al het eten blijkt ijskoud te zijn. De groente, de aardappels, het vlees… Alles is koud. Dit durven we niet te eten, de kans om ziek te worden, is nu veel te groot. Onze reisleider is ook nergens te bekennen, dus we kunnen geen beklag erover doen.

Pas na ruim een halfuur komt onze reisleider binnen. Hij maakt een praatje met de kok en meldt ons dat het eten nu wel warm is. We durven echter geen risico meer te nemen en houden het bij de salades, broodjes en een klein beetje pasta.

We verlaten de eetzaal na onze drankjes betaald te hebben en zitten nog een tijdje in de lobby, waar het door de open wanden flink door waait. In het restaurant zien we hoe onze reisleider een stevig gesprek voert met het personeel. Het is niet moeilijk te raden waar het over gaat!

Vrij snel gaan we terug naar onze kamer. Buiten horen we de wind tekeer gaan, het lijkt wel alsof er storm op komst is. We besluiten snel te gaan slapen, want we hebben weinig zin om een storm mee te maken. Bovendien moeten we morgen weer vroeg op, want we zullen al om acht uur vertrekken richting Polonnaruwa, de stad die we morgen zullen bezoeken.


Tot morgen!


Lees verder: Dag 8 (Habarana --> Polonnaruwa --> Habarana)