zondag 6 augustus 2017

Reisverslag Sri Lanka 2017: dag 4

Donderdag 13 juli 2017: Anuradhapura

Vandaag is geen reisdag voor ons: we blijven in Anuradhapura. Wel staat er veel op het programma (we zullen drie verschillende tempels bezoeken), dus het zal zeker geen rustdag worden!

Ook vandaag begint onze dag vroeg, aangezien we opnieuw om half negen zullen vertrekken. Nadat we gedoucht hebben, gaan we naar het ontbijtbuffet. Het is niet zo goed als in ons eerste hotel, maar nog steeds hebben we keuze uit verschillende broodjes, groente, fruit en natuurlijk… curry’s.

Na het ontbijt ruimen we even de laatste dingen op de kamer op en dan gaan we naar de bus. Onze reisleider meldt meteen dat we onze sleutel af moeten geven bij de receptie, omdat de kamer anders niet schoon gemaakt wordt: het hotel heeft geen extra sleutels. Als iedereen dit geregeld heeft, vertrekken we.

Onze eerste stop is in het oude gedeelte van Anuradhapura. De stad was vroeger de grootste van Sri Lanka met ruim twee miljoen inwoners. In die tijd, Anuradhapura was hoofdstad van ongeveer 250 voor Christus tot ongeveer 1000 na Christus, werden veel indrukwekkende bouwwerken gemaakt. Veel ervan zijn nog bewaard gebleven, al zijn sommige bouwwerken nu alleen nog ruïnes.

Wij bezoeken als eerste de rotstempel van Isurumuniya. Voordat we de tempel ingaan, worden we afgeleid door een watervaraan, die zich half verborgen houdt in de lotusvijver voor de tempel. Ook zien we voor het eerst een Sri Lankaans ijsvogeltje.

Watervaraan in de lotusvijver voor de tempel

Nadat er foto’s gemaakt zijn van de dieren, gaan we naar de tempelingang. Opnieuw moeten we onze schoenen uitdoen. Bij deze tempel wordt er tevens streng gecontroleerd of alle schouders en knieën goed bedekt zijn. Dit mag met een lange broek, maar ook met een doek om de benen geslagen. Deze moet wel de knie helemaal bedekken, iets waar één van de controleurs het niet bij iedereen mee eens is. Pas als ze de doeken zelf heeft goed gedaan bij enkele groepsgenoten mogen we naar binnen.

We staan op een zanderige ondergrond met voor ons een grote vierkante vijver voor een aantal rotsen en links een witte dagoba, net zoals we gisteren gezien hebben. Deze is alleen een heel stuk kleiner. Op de rotsen zien we een afbeelding van een olifant, die een soort bewaker voor moet stellen.

De tempel van Isurumuniya

Ons bezoek begint in de kleine vierkante tempel naast de rotsen. Het is er binnen zo smal dat we niet allemaal tegelijk erin kunnen. In de tempel bevinden zich enkele Boeddhabeelden, maar door het glas ervoor, zijn ze lastig te zien.

Als we weer buiten staan, lopen we de trap af en gaan we naar het volgende tempelgedeelte. Hier zien we een grote liggende Boeddha in prachtige kleuren. Dit valt ons op, omdat we tot nu toe vooral wit en goud als kleuren van het boeddhisme hebben gezien. Ook de rest van het tempelgedeelte is versierd met veel kleur, tot aan het plafond toe.

Groot gekleurd Boeddhabeeld

We verlaten het beeld en lopen door naar het museum dat bij het tempelgedeelte hoort. Er zijn vooral oude stenen beelden, met als hoogtepunt de ‘Minnaars van Isurumuniya’: een beeld dat een oude koningszoon moet voorstellen met het meisje van lagere afkomst op wie hij verliefd was. Volgens het verhaal zou hij zelfs zo verliefd zijn geweest dat hij zijn troon voor haar op gaf.

Na het museum krijgen we nog twintig minuten om zelf in het tempelcomplex rond te kijken. We keren snel nog even terug naar het grote gekleurde Boeddhabeeld, omdat we het zeer indrukwekkend vinden. We hebben nu ook meer oog voor de details, zoals dat de mensen achter het liggende beeld Boeddha’s leerlingen moeten voorstellen.

Heel indrukwekkend!

Van het gekleurde Boeddhabeeld gaan we naar de trap, die beter begaanbaar is dan gisteren, om te klimmen naar de dagoba. Hier ligt geen relikwie in van Boeddha, maar er staan wel verschillende Boeddhabeelden om de dagoba heen.

De dagoba

Vlakbij de dagoba is een klein uitkijkpunt dat een mooi uitzicht geeft over de omgeving. In de verte zien we nog een andere tempel en ook zien we een schoolklas het tempelgedeelte inkomen, allemaal keurig gekleed in het wit.

Uitzicht, met links onderin de schoolklas die binnen komt

We kijken even rond en lopen dan terug naar beneden om onze schoenen te halen. Vervolgens gaan we naar de bus om door te rijden naar de tweede tempel van vandaag. Eigenlijk is het niet zo zeer een tempel: de Sri Maha Bodhi draait vooral om de bo-boom die hier staat. De boom is ontstaan uit een stekje van de oorspronkelijke boom waaronder Boeddha verlichting zou hebben bereikt. Voor boeddhisten is deze boom dus heilig.

Voor we naar binnen gaan, adviseert onze reisleider ons om vooral geen bloemen aan te nemen: verkopers voor de tempel duwen de bloemen in je handen en dwingen je dan te betalen. We zijn blij met dit advies, want als we onze schoenen uitdoen, komen er diverse bloemverkopers op ons af.

Op blote voeten of sokken lopen we richting de ingang van het tempelcomplex. Deze keer is er een aparte ingang voor mannen en vrouwen. Dit heeft te maken met een aanslag die de Tamil Tijgers hier jaren geleden gepleegd hebben. Er is ook opvallend meer bewaking bij deze tempel.

De mannen kunnen snel naar binnen, de vrouwen moeten even wachten: er komen net een aantal schoolklassen voorbij met jonge kinderen, die allemaal door de vrouweningang naar binnen gaan. Alle meisjes zijn keurig in witte jurkjes gekleed, de jongens dragen witte shirtjes met een blauwe korte broek. Ze zijn er om de tempel te bezoeken, maar wij als blanke toeristen trekken op dit moment meer hun aandacht…

Als we uiteindelijk allemaal in de tempel zijn, blijkt dat er net een offerceremonie begint. Onder begeleiding van een slangenfluit en trommels loopt een grote groep boeddhisten naar de tempel om daar eten te offeren. Het is zo indrukwekkend dat we bijna vergeten om naar de boom te kijken, die versierd is met boeddhistische vlaggen en ondersteund wordt door gouden palen.

We lopen richting de tempel, waar veel boeddhisten zitten om te bidden. Uit respect maken we nu geen foto’s van de tempel of de boom. Eigenlijk voelen we ons een beetje indringers: zij zijn serieus aan het bidden en wij lopen er als toeristen tussendoor. Met een ongemakkelijk gevoel lopen we om de tempel heen, waar we overal biddende mensen zien of mensen die lotusbloemen bij een Boeddhabeeld neerleggen. Ook zien we hoe het eten door enkele speciaal uitgekozen mannen bij de boom geplaatst wordt om daar als offer voor Boeddha te dienen.

Bijna in stilte verlaten we het tempelcomplex. We trekken onze schoenen weer aan en lopen over een breed pad verder. Onderweg krijgen we gezelschap van apen, die ons erg interessant vinden.

Hé, wat komen jullie doen?

Rechts van ons bevindt zich een ruïne van een oude bronzen tempel, maar onze aandacht wordt meer getrokken door de enorme dagoba links van ons. De Ruwanweliseya is 55 meter hoog, helemaal wit en bestaat uit ruim 100 miljoen bakstenen. Om de dagoba heen zit een gekleurd lint, dat als offer gebracht is.

Ruwanweliseya dagoba

Om naar de dagoba toe te mogen, moeten we wederom onze schoenen uit. Deze keer houden veel mensen hun sokken aan, aangezien de tegels – die de hele dag al in de zon liggen – te heet zijn om met blote voeten overheen te lopen. Zelfs met sokken is het echter nog warm en we nemen al snel toevlucht tot de matten die langs de kant liggen of het gras, waarbij we goed zicht hebben op de olifantenmuur.

Wachtersteen bij de ingang met op de achtergrond de olifantenmuur

Met de klok mee lopen we rondom de dagoba. Het is een wandeling van zo’n tweehonderd meter, zo groot is de dagoba. Op verschillende punten zijn ook nog kleine dagoba’s gebouwd of er staan Boeddhabeelden. Ook zien we het verfbad, dat één keer per jaar gebruikt wordt om de dagoba te verven. Veertig jongens beginnen elk jaar in februari vrijwillig aan deze klus, die voor de volle maan van de maand mei klaar moet zijn.

Als we helemaal rondom de dagoba gelopen hebben, mogen we terug naar het pad en onze schoenen weer aan doen. Dat voelt wel iets beter dan op onze sokken op de hete tegels! We lopen het pad af richting de bus, waarbij we onderweg ineens een koe tegen komen. Koeien worden op Sri Lanka niet gedood voor vlees, maar mogen gewoon rondlopen. Hindoes zien koeien zelfs als heilig dier.

Even terug in Nederland? (Foto gemaakt met telefoon)

Aan het einde van het pad is de parkeerplaats, waar onze bus wacht. Als we zitten, zien we hoe buiten een man een vrouw probeert aan te vallen. De vrouw laat dit echter niet op zich zitten, maar pakt een bezem en slaat de man terug. Wat er precies aan de hand is, weten we niet, maar gelukkig komt er een bewaker om het tweetal uit elkaar te sturen.

Nog napratend over het voorval rijden we naar onze koffiestop van vandaag. Dit keer zijn er plastic stoelen in een kring geplaatst op een veld, wat een soort picknickeffect geeft. Onze reisleider neemt netjes onze bestelling op en zorgt er uiteraard voor dat er koekjes zijn. Om ons heen staan wat andere mensen, die duidelijk verkoopwaar hebben. Zodra we klaar zijn met drinken, komen ze op ons af met kaarten, sieraden en beeldjes. Onze reisleider verzekert ons dat het goed en goedkoop is om te kopen, maar wij besluiten toch even over te slaan.

Na de koffiestop en de opdringerige verkopers vervolgen we ons culturele programma met een bezoek aan een maansteen. Dit is een halfronde steen met daarop vijf ringen, die belangrijk zijn voor het boeddhisme. De buitenste ring stelt vuur voor, de tweede ring beschermende dieren (olifant, paard, leeuw, stier), de derde ring water, de vierde ring ganzen (zij kunnen als enige diersoort melk van water scheiden en melk is belangrijk om te leven) en als laatste een halve lotusbloem.

De maansteen

Naast de maansteen is een ruïne van een oud paleiscomplex. We maken even wat foto’s van de bewakerstenen die nog mooi bewaard zijn gebleven en gaan dan terug de bus in. Met de bus rijden we langs de Tweelingvijvers, twee enorme baden die vroeger door monniken gebruikt werden. Het ene bad was bedoeld voor jonge monniken (tot ongeveer veertig jaar), het andere voor de oudere, aangezien zij minder spetterden dan de jonge monniken en anders last zouden kunnen hebben van het spel van de jonge monniken.

De Tweelingvijvers (Foto gemaakt met telefoon)

We rijden nog door naar de Abhayagiri-stoepa, die nog groter is dan de Ruwanweliseya: deze stoepa is maar liefst 70 meter hoog. Zeer indrukwekkend dus, maar doordat de Ruwanweliseya helemaal wit geschilderd was, vinden we die misschien nog wel iets indrukwekkender lijken.

Abhayagiri stoepa

Als iedereen foto’s heeft gemaakt bij de Abhayagiri-stoepa gaan we terug de bus in en beginnen we aan de rit terug naar het hotel. Er wordt nog een stop gemaakt in de hoofdstraat van Anuradhapura, waar liefhebbers uit kunnen stappen om te winkelen en met een tuktuk (een plaatselijke taxi) terug kunnen naar het hotel. Wij besluiten dit over te slaan en gaan gelijk mee naar het hotel. Daar blijkt onze kamer nog niet schoongemaakt te zijn, dus lunchen we eerst op het terras van het hotel-restaurant. Terwijl we genieten van een soort tosti met frietjes komt iemand van het personeel langs met onze kamersleutel, wat betekent dat we ons na de lunch snel om kunnen kleden en kunnen gaan genieten van een verkoelende duik.

Tot een uur of half zeven blijven we bij het zwembad, waarna we ons opfrissen en ons naar het restaurant begeven voor het diner. Het buffet is iets anders dan gisteren, maar er is nog steeds genoeg keuze. Wat wel fijn is: er is vanavond geen muziek, wat voor een zeer rustige maaltijd zorgt.

Na het eten gaan we vrij snel terug naar onze kamer. Morgen hebben we weer een langere rit voor de boeg: dan gaan we naar Trincomalee aan de oostkust van het eiland.


Tot morgen!

Lees verder: Dag 5 (Anuradhapura --> Trincomalee)



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen