zondag 13 augustus 2017

Reisverslag Sri Lanka 2017: dag 7

Zondag 16 juli 2017: Trincomalee → Sigiriya → Habarana

Naar vandaag hebben mijn vriend en ik allebei lang uitgekeken: we gaan namelijk naar Sigiriya, de beroemde leeuwenrots van Sri Lanka. Het is het enige programmapunt vandaag, na het bezoek gaan we direct door naar ons hotel in Habarana.

Onze dag begint vroeg, aangezien we al om acht uur in de bus moeten zitten. Dankzij de douche, die niet warm wil worden, zijn we allebei gelijk goed wakker. Nog voor zevenen staan we al bij het restaurant voor het ontbijt, maar dit blijkt nog iets te vroeg. Als we vlak na zeven uur terug komen, kunnen we wel aanschuiven.

Na het ontbijt pakken we onze laatste spullen in en gaan we langzaam richting de lobby om uit te checken. We proberen nog even de wifi, die het vanochtend zowaar goed doet, en zorgen dat we keurig op tijd in de bus zitten. Rond acht uur vertrekken we en zijn we eindelijk echt onderweg naar Sigiriya.

Tijdens de rit is het landschap groen met weinig bebouwing. Wel zien we veel dieren: een grote pauw, apen, geiten, buffels en koeien. Ook komen we langs een groot waterreservoir, maar helaas zijn er geen olifanten te zien.

Vanuit Trincomalee rijden we direct naar Habarana, waar we even stoppen bij een pinautomaat voor de mensen die de excursies van gisteren nog moeten betalen. Helaas doet de pinautomaat het niet, zodat de reisleider nog iets langer moet wachten op zijn geld. Tegen ons heeft hij niets meer gezegd over de snorkelexcursie, dus we gaan ervan uit dat het goed is.

We rijden door naar Sigiriya en algauw zien we vanuit de verte de enorme rots. Niet lang daarna maken we een fotostop, zodat we de imposante rots op de foto kunnen zetten.

Onze eerste blik op Sigiriya

Na de fotostop rijden we door naar een restaurant voor de koffiestop met een koekje. Ook moeten we doorgeven wat we als lunch willen: buffet of iets van de kaart. Omdat de kaartkeuzes ons niet echt aanspreken, kiezen we beiden voor het buffet.

Tijdens de koffiestop wordt er besproken wie er straks niet mee gaat naar Sigiriya. Het is namelijk veel lopen en klimmen en hoewel er in de reisbeschrijving stond dat je goed ter been moet zijn, ziet niet iedereen het zitten om mee de rots op te gaan. Mijn vriend staat ook niet te popelen met zijn hoogtevrees, maar hij wil wel heel graag mee. Uiteindelijk blijft er een groepje van vijf personen achter.

De rest van de groep gaat de bus weer in en rijdt terug naar de ingang van Sigiriya. Van ongeveer 477 tot 495 was dit de hoofdstad van Sri Lanka. Koning Kassapa regeerde toen over het land en omdat hij niet al te lief was geweest voor zijn vader en halfbroer (hij had zijn vader gevangen gezet en later vermoord), zocht hij een plek die makkelijk te verdedigen was. De rots van Sigiriya was de perfecte locatie voor hem. Op de top liet hij zijn paleis bouwen, dat moeilijk te bereiken was door de steile rotswanden. Omdat hij wilde dat zijn verblijf dat van de Kubera, de god van de rijkdom, zou evenaren, liet hij rondom de rots een grote tuin aanleggen met fonteinen, rotsen en beelden. Ook liet hij de rotswand beschilderen. Voor de aanleg van dit alles, was zeven jaar nodig.

Tegenwoordig is Sigiriya meer een ruïne dan een paleis. In 495 pleegde Kassapa zelfmoord, nadat hij de aanval van het leger van zijn halfbroer verloren had. Zijn halfbroer riep Anuradhapura weer uit als hoofdstad van Sri Lanka en gaf Sigiriya aan de monniken die er voor Kassapa altijd gewoond hadden. Zij zorgden voor het gebied, maar uiteindelijk raakte het paleis steeds meer in verval.

Een ander verschil met vroeger is dat er nu een museum staat dat de geschiedenis van Sigiriya vertelt. Wij slaan het museum over en gaan richting de ingang van de tuin. Onderweg passeren we nog een prachtige lotusvijver, waarvan een aantal bloemen in bloei staat.

De lotusvijver met enkele bloemen in bloei

Van de lotusvijver gaan we door richting het toegangshek. Daar steken we een bruggetje over en dan staan we echt in de tuin van Sigiriya. Aan beide kanten van het wandelpad zijn een aantal vierkante vijvers, die vroeger waarschijnlijk gebruikt werden om in te baden. Op dit moment neemt alleen een eenzame krokodil een bad in de vijver.

De vijver met de krokodil (links midden)

Terwijl onze reisleider om de paar stappen stil staat om iets te vertellen over een plant of bloem, komen we langzaam dichter bij de echte beklimming van Sigiriya. Eerst nemen we nog een afslag naar links om de Rotstuin te bekijken. Hier zijn nog overblijfselen van oude fresco’s te zien, afbeeldingen op de rotsmuren. Monniken hebben geprobeerd de afbeeldingen te verwijderen, omdat de dames met ontbloot bovenlichaam te veel afleiding zouden geven bij het bidden.

Sigiriya komt steeds dichterbij...

Nu is het tijd om echt aan de beklimming te beginnen. De eerste trappen gaan nog goed, maar al snel gaat het tempo vanwege de warmte omlaag. Sommige trappen zijn erg steil, wat het langzamere tempo ook verklaart. Na een bijzonder lange, steile trap stoppen we dan ook even om van het uitzicht te genieten. Zelfs op deze kleine hoogte is dat al heel erg indrukwekkend.

Het uitzicht nog maar aan het begin van de klim

We gaan verder en bereiken via een zeer smalle ijzeren wenteltrap de Maagden van Sigiriya, waarvan je geen foto’s mag maken. Vroeger waren er zo’n vijfhonderd schilderingen op de 150 meter lange muur, maar door alle wind, regen, zon en ook door vandalisme zijn er nu nog slechts 21 over. Net als in de grot beneden stellen alle schilderingen vrouwen voor met ontbloot bovenlichaam. Niemand weet precies wie de vrouwen zijn, al zijn er verschillende theorieën.

Via dezelfde wenteltrap als eerst gaan we terug naar beneden, iets wat voor de mensen met hoogtevrees onder ons niet als prettig ervaren wordt. Gelukkig komt iedereen veilig beneden en kunnen we door naar de spiegelmuur. Dit is een stuk muur waar een mengsel van kalk, eiwit, bijenwas en honing overheen gesmeerd is, zodat het een zeer gladde en bijna weerspiegelende muur geworden is. Tijdens de 1500 jaar dat Sigiriya bezocht mag worden, hebben veel mensen iets op de muur gekrast als een soort graffiti. Tegenwoordig is het verboden om de muur aan te raken.

Na nog een stuk verder klimmen via brede stenen trappen met smalle treetjes bereiken we het Leeuwenplatform, de reden waarom Sigiriya de Leeuwenrots genoemd wordt. Op het platform zijn namelijk de reusachtige poten te zien van een leeuw. Vroeger was er een compleet leeuwenbeeld, dat de ingang van de trap naar het paleis vormde. Helaas zijn nu alleen de poten nog onbeschadigd.

Een van de twee leeuwenpoten van de rots

We pauzeren even bij de poten om foto’s te maken en om te kijken naar het laatste stuk trap. Als we al die treetjes ook gehad hebben, zullen we boven op de rots bij het paleis zijn. Onze reisleider geeft aan dat hij niet mee gaat: hij blijft op het Leeuwenplatform. De lokale gids, die vanaf het begin van de klim onze extra begeleiding is, zal met ons mee naar boven gaan.

Bij een leeuwenrots moet natuurlijk een leeuw op de foto!

In ons eigen tempo beginnen we aan het laatste stuk van de klim. Deze trap is anders dan de eerdere trappen: hij is gemaakt van ijzer met treetjes en daardoor voor de mensen met hoogtevrees weer niet prettig. Hij wordt gevolgd door een trap die door de weinige ruimte tussen de treetjes net niet lekker is om te lopen. Dan zijn er nog een paar korte trappen… en dan staan we eindelijk echt bovenop Sigiriya.

Het laatste stukje trap vanaf het Leeuwenplatform

We blijven even staan om rond te kijken. Het uitzicht is werkelijk adembenemend! De overblijfselen van het paleis trekken nauwelijks onze aandacht, onze ogen zijn alleen gericht op al het groen dat we overal om ons heen zien.

Het uitzicht op de top

Een aantal minuten later beginnen we beter rond te kijken. We lopen door naar de achterkant, waar we een waterreservoir kunnen zien in de verte. Ook kijken we meer naar wat ooit een groot, imposant paleis was.

Uitzicht aan de achterkant met de restanten van het paleis

Als we helemaal rondgelopen hebben, doen we nog een uitgebreide fotoshoot, omdat we het uitzicht thuis echt niet willen vergeten. Het is bijna niet te beschrijven hoe mooi het hierboven is. Mijn vriend heeft ook geen moeite met de hoogte hier: het uitzicht is veel te mooi om te denken aan hoogtevrees!

Nogmaals het uitzicht vanaf de top

Met tegenzin gaan we uiteindelijk terug naar het Leeuwenplatform, waar we wachten op de rest van de groep. Ondertussen eten we een broodje, omdat het opnieuw ver na lunchtijd is. Een zwerfhond, die blijkbaar ook alle trappen naar boven heeft gelopen, heeft hier wel interesse in, maar we geven hem niets, aangezien we niet zeker weten of hij helemaal ziektevrij is.

Heb je ook een broodje voor mij?

Wanneer de groep weer compleet is, gaan we terug naar beneden. Dat loopt toch iets makkelijker dan naar boven… en iets sneller! Als we bijna beneden zijn, komen we verkopers tegen, die boeken, beeldjes en andere souvenirs hebben. We lopen ze snel voorbij richting de bus, waar nog een hagedisje op een rotsblok van de zon geniet.

Een hagedisje in de zon

Nog diep onder de indruk stappen we de bus in en rijden we terug naar het restaurant waar we eerder koffie hebben gedronken. Daar ontmoeten we de vijf weer die niet mee geweest zijn. Samen lunchen we, al is lunchen een groot woord: het buffet heeft weinig keus en wat er is, heeft weinig smaak.

Rond kwart voor vier, als iedereen klaar is met eten, gaan we met de bus terug naar Habarana. Onderweg stoppen we nog een keer bij een andere pinautomaat, die het gelukkig wel doet. Omdat veel mensen moeten pinnen, duurt het lang voor we verder gaan. Ineens stopt de bus in een wat armoedig gedeelte van de stad. We moeten eruit, wordt ons verteld, en het laatste stuk lopen.

Een beetje verbaasd doen we wat er gezegd wordt. We passeren wat armoedige huisjes en komen uit bij een meer. Tot onze verbijstering zien we dat er mensen op de rug van een olifant zitten en zo een ritje om het meer maken. En ons hotel? Dat kijkt erop uit.

Het hotel zelf blijkt prima om te zien: er is een nette lobby, een zwembad en deze keer is er zelfs een lift die ons met onze koffers naar de tweede verdieping brengt. Onze kamer is ook erg mooi: we hebben een ruime slaapkamer met een trap naar nog een halve verdieping erboven. Ook hebben we een mooi groot balkon met uitzicht over het meer… en de olifantenritjes.

Ik doe snel de balkondeuren weer dicht en richt mijn aandacht op het wassen van wat kleding. Daarna trekken we onze zwemkleding aan voor een duik in het zwembad. Het wordt een korte duik, want het water is erg koud. Het frist daardoor wel lekker op, aangezien we door de beklimming van Sigiriya tijdens een gemiddelde temperatuur van meer dan dertig graden erg oververhit zijn geraakt.

Als etenstijd dichterbij komt, gaan we terug naar de kamer om te douchen. Het is een beetje improviseren, omdat er maar een erg zwak straaltje uit de douchekop komt. Ook hebben we zelf de hor voor het raampje van de badkamer maar dicht geplakt, dat hing namelijk half los. Zin in muggen in de kamer hadden we echter niet, dus dan maar wat plakband erop!

Rond kwart over zeven gaan we naar beneden om nog even van de wifi gebruik te maken voor we gaan eten. ‘Gebruik maken’ is eigenlijk wat overdreven: de wifiverbinding hier roepen we allemaal unaniem uit tot de slechtste die we tot nu toe in Sri Lanka gehad hebben.

Tegen kwart voor acht gaan we de eetzaal in. We hebben na de lange, inspannende dag best wel trek en het buffet ziet er veelbelovend uit. Schijn bedriegt in dit geval: al het eten blijkt ijskoud te zijn. De groente, de aardappels, het vlees… Alles is koud. Dit durven we niet te eten, de kans om ziek te worden, is nu veel te groot. Onze reisleider is ook nergens te bekennen, dus we kunnen geen beklag erover doen.

Pas na ruim een halfuur komt onze reisleider binnen. Hij maakt een praatje met de kok en meldt ons dat het eten nu wel warm is. We durven echter geen risico meer te nemen en houden het bij de salades, broodjes en een klein beetje pasta.

We verlaten de eetzaal na onze drankjes betaald te hebben en zitten nog een tijdje in de lobby, waar het door de open wanden flink door waait. In het restaurant zien we hoe onze reisleider een stevig gesprek voert met het personeel. Het is niet moeilijk te raden waar het over gaat!

Vrij snel gaan we terug naar onze kamer. Buiten horen we de wind tekeer gaan, het lijkt wel alsof er storm op komst is. We besluiten snel te gaan slapen, want we hebben weinig zin om een storm mee te maken. Bovendien moeten we morgen weer vroeg op, want we zullen al om acht uur vertrekken richting Polonnaruwa, de stad die we morgen zullen bezoeken.


Tot morgen!


Lees verder: Dag 8 (Habarana --> Polonnaruwa --> Habarana)



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen